9.1.5 Jezus in de ogen van joodse geleerden en schrijvers 4

Een bloemlezing

Kennismaken met de beeldvorming over Jezus door joodse geleerden en schrijvers in de voorbije anderhalve eeuw.

 

Inleiding

Deze bijdrage is het vervolg op 9. Joods-christelijke thema’s 1. Kennismaken 1. Jezus in de ogen van joodse geleerden en schrijvers 1, 2 en 3

 

Een bloemlezing van uitspraken en reacties van joodse geleerden en schrijvers 4

 

  1. Emil Gustav Hirsch (Luxemburg 1851 – 1923 Chicago)

Zoon van de bekende rabbi en filosoof Samuel Hirsch. Rabbijn in Baltimore, Louisville en Chicago. Bekend om zijn nadruk op sociale gerechtigheid. Schreef over de relatie tussen jodendom en christendom en dit met veel waardering voor Jezus en Paulus.

Deze grote negentiende- en vroege twintigste-eeuwse Amerikaanse rabbijn Emil Hirsch schreef en sprak vaak over Jezus. Hij zag hem als een kampioen van het geloof in menselijke vooruitgang en als een leraar van het Oude Testament. Zo verklaarde Rabbi Hirsch vanaf de preekstoel:

Hij was van ons; hij is van ons. We citeren de rabbijnen van de Talmoed; zullen we dan niet ook de rabbijn van Bethlehem citeren? Zal niet in wie er brandde, als het in iemand brandde, de geest en het licht van het jodendom, door de synagoge worden teruggewonnen?”

 

  1. Ben-Zion Bokser (1907 – 1984)

Hij was de leider van conservatieve rabbijnen in de VS. Voormalig hoogleraar homiletiek (Joods Theologisch Seminarie van Amerika) en  gasthoogleraar joodse mystiek (Hebreeuwse Universiteit Jeruzalem)

De historische Jezus was een zoon van zijn volk. Hij droomde de dromen van zijn volk. Hij is de martelaarsdood gestorven dankzij zijn grenzeloze toewijding aan het visioen van de verheven roeping van Israël.”

  • Ben-Zion Bokser, Judaism and the Christian Predicament, New York 1967, 207

  1. Byron Lee Sherwin (1946 – 2015) 

Rabbijn, geleerde en auteur op het vlak van theologie, interreligieuze dialoog, mystiek en joodse ethiek. Student van Abraham Joshua Heschel Jewish Theological Seminary (VS).

Rabbi Byron Sherwin, die een presidentiële medaille van Lech Walesa kreeg voor zijn werk in de christelijk-joodse dialoog in Polen, geeft Jezus een rol in de joodse messiaanse theologie.

Sherwin legt uit dat

Jezus een voorlopige messias is, die anticipeert op en de weg plaveit voor de laatste messias, de messias-zoon van David. Hij is een messias die sterft om de weg te bereiden, om de gelegenheid te bieden opdat de definitieve verlossing zou plaatsvinden. Dit idee van een lijdende messias hoort thuis in het joodse messianisme “

  • In: Beatrice Bruteau, Jesus through Jewish Eyes: Rabbis and Scholars Engage an Ancient Brother in a New Conversation, New York, 2001, 38-39

  1. Herbert Bronstein (1930)

Rabbijn, hoogleraar en schrijver vergelijkende godsdienstwetenschappen op Lake Forest College en senior geleerde van North Shore Congregation Israel.

 

Ik geloof dat ik met Jezus bijna net zo gemakkelijk over de Thora zou kunnen praten zoals ik dat zou kunnen doen met mijn eigen geestelijke voorouders, de Farizeeën … Maar samen met alle joden kan ik Jezus niet beschouwen als meer dan een zoon van God, of een kind van God geschapen naar het beeld van God, dan enig ander van Gods kinderen, en ik ben zo vrijmoedig om te zeggen dat Jezus het hiermee eens zou zijn geweest. ”

  • Herbert Bronstein, ‘Talking Torah with Jesus’ in: Beatrice Bruteau, Jesus through Jewish Eyes: Rabbis and Scholars Engage an Ancient Brother in a New Conversation, New York, 2001, 4-5

  1. Rami M. Shapiro (1951)

Rabbijn, prijswinnend dichter en bestsellerauteur over religie en spiritualiteit. Een van de meest creatieve stemmen binnen het hedendaagse jodendom in de Verenigde Staten. Actief blogger, columnist en radiomaker.

 

“Geloof ik dat Jezus leefde? Ja, Jezus was van Galilea, zoon van Maria en Jozef … Geloof ik dat Jezus een jood was? Ja, Jezus leefde en onderwees volledig in het kader van het jodendom … Geloof ik dat Jezus door God bedwelmd was en vervuld met Ruach haKodesh, (d.i.) de heilige Geest? Ja … Geloof ik dat Jezus gekruisigd werd door de Romeinen? Ja… . Geloof ik dat Jezus letterlijk op de derde dag werd opgewekt? Nee… . Geloof ik dat Jezus de eniggeboren Zoon van God was door wie verlossing komt van de erfzonde en het eeuwige leven in de toekomende wereld? Nee. Als jood geloof ik niet in de erfzonde en heb ik de verlossing van een messias niet nodig. Als jood blijf ik wachten op de komst van een messias wiens koninkrijk van deze wereld is, en die zal doen wat de profeten zeiden dat hij zou doen: vrede brengen aan Israël en de wereld.”

  • Rami M. Shapiro, ‘Listening to Jesus with an Ear for God’ in: Beatrice Bruteau, Jesus through Jewish Eyes: Rabbis and Scholars Engage an Ancient Brother in a New Conversation, New York, 2001, 168-69

  1. Daniel Boyarin (1946)

Amerikaan, Israëli en orthodoxe jood. Hoogleraar Talmoedische cultuur op de Berkeley Universiteit van Californië (VS)

 

“Het jodendom van Jezus was een conservatieve reactie tegen enkele radicale innovaties in de wet die voortkwamen uit de Farizeeën en schriftgeleerden in Jeruzalem” 104

Jezus was volgens het standpunt dat ik hier verdedig, niet vechtend tegen joden of jodendom maar met sommige joden voor wat hij beschouwde als het juiste soort jodendom” 107

“De Galileeërs waren niet te vinden voor de nieuwe ideeën van de stedelijke Judese / Jeruzalemse farizeeën” 126

“Het evangelie van Marcus vormt op geen enkele manier zelfs maar een babystap in de richting van de uitvinding van het christendom als een nieuwe religie of ook niet als een afwijking van het jodendom”.

  • Daniel Boyarin, The Jewish Gospels. The Story of the Jewish Christ, New York 2012, 126-127

  1. Howard Avruhm Addison

Rabbijn, Gershom Scholem hoogleraar Joodse spiritualiteit, Graduate Theological Foundation, Indiana en universitair docent aan de Temple University, waar hij geesteswetenschappen doceert.

 

In zijn essay ‘What Manner of Man?’ Lijkt rabbijn Howard Avruhm Addison de authenticiteit van de woorden van de evangeliën te aanvaarden en worstelt met hun implicaties:

“Wat voor man was dit? Toen zijn intimi terugkeerden naar zijn graf, was zijn lichaam nergens te vinden. Sommigen zouden hem verkondigen dat de Messias uit de dood was opgestaan. Persoonlijk weet ik niet zeker wat ik kan geloven. Ik kijk om me heen en moet nog altijd een glimp opvangen van een leeuw die met een lam ligt. Er lijken nog steeds meer zwaarden te zijn dan ploegscharen, meer speren dan snoeihaken. Maar onze wijzen spreken vaak van techiyat hat metim, opstanding van de doden (Mishna Sanhedrin 10: 1), dus waarom zouden zijn toegewijden niet geloven dat hij de eerste was die uit de dood opstond? Ze zeggen dat hij zal terugkeren om Gods koninkrijk zichtbaar op aarde te vestigen. Vele anderen denken dat de Gezalfde, zoon van David, nog moet komen. Wie heeft gelijk? Ik denk dat we maar moeten afwachten.”

  • Howard Avruhm Addison, ‘What Manner of Man?,’ in: Beatrice Bruteau, Jesus through Jewish Eyes: Rabbis and Scholars Engage an Ancient Brother in a New Conversation, New York, 2001, 106

Wordt vervolgd

 

error: Alert: Content is protected !!