9.1.4 Jezus in de ogen van joodse geleerden en schrijvers 3

Een bloemlezing

Kennismaken met de beeldvorming over Jezus door joodse geleerden en schrijvers in de voorbije anderhalve eeuw.

 

Inleiding

Deze bijdrage is het vervolg op 9. Joods-christelijke thema’s 1. Kennismaken 1. Jezus in de ogen van joodse geleerden en schrijvers 1 en 2

 

Een bloemlezing van uitspraken en reacties van joodse geleerden en schrijvers 3


  1. Samuel Sandmel (1911-1979)

Amerikaans rabbijn en hoogleraar Oude Testament en Hellenistische literatuur (Hebrew-Union College, New York City. Grote inzet voor de christelijk-joodse dialoog en apologetiek.

 

“Het Nieuwe Testament is een geloofsoorkonde, het product van een geloofsgemeenschap die ervan overtuigd was dat ze deel had aan Gods openbaring. In die zin is het geen geschiedenis, hoewel er historisch materiaal in aanwezig is. Het is geen sprookjesboek, hoewel er legenden in te vinden zijn. Het is veeleer een getuigenis van het geloof dat God alles kan en doet dus verslag van gebeurtenissen die het voor waar houdt.”

  • A Jewish Understanding of the New Testament, New York 1960, 9

“Ik zou met Graetz Jezus een Esseen kunnen noemen, met Geiger een Farizeeër, met Montefiore een profeet en met talloze anderen een rabbijn … Vanwege de aard van de problemen die de verscheidenheid van meningen onder christenen creëerden, word ik van een dergelijke verklaring weerhouden. Het probleem is dat de evangeliën – de vroegste bronnen – geschriften zijn die minstens vier decennia of meer verwijderd zijn van Jezus’ tijd, en dat de evangeliën authentiek materiaal over Jezus zo zijn vervlochten met de vrome meditatie van de kerk dat ik geen manier ken om hun onderlinge strengen te scheiden en bij een gewaarborgd en kwantitatief voldoende hoeveelheid materiaal uit te komen. Ik weet niet genoeg over hem om een mening te hebben, en ik heb zeker niet genoeg om hem als het ware in één enkele categorie te plaatsen.”

  • We Jews and Jesus. Exploring Theological Differences for Mutual Understanding, Woodstock, 2006 (reprint of 1973), 108-109

“Ik geloof dat Jezus er vast van overtuigd was dat het einde van de wereld spoedig zou komen. Ik geloof dat hij geloofde dat hij de Messias was en de geleerden die dit ontkennen, verkeerd zijn.”

“Ik vind dat er meer in de leer van Jezus is dat ik bewonder dan dat ik dat niet doe; inderdaad, ik zou echter ontkennen dat het hatelijke en haatdragende hoofdstuk Matteüs 23 authentiek teruggaat op Jezus.”

“Toch is voor mij het overheersende kenmerk van zijn levensloop er onweerstaanbaar een van pathos, van sympathie, van een man, die met normale menselijke zwakheden, streefde, werkte en zwoegde, en toch de nederlaag ervoer … Ik ben het ermee eens dat hij een geweldige en goede man was, maar niet, dat hij andere geweldige en goede mannen overtrof als het om de voortreffelijkheid van menselijke deugden gaat.”

  • We Jews and Jesus. Exploring Theological Differences for Mutual Understanding, Woodstock, 2006 (reprint of 1973), 109-110

  1. Shmuel Safrai (1919 – 2003)

Was hoogleraar geschiedenis van het Joodse volk aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. en auteur van ruim tachtig artikelen en twaalf boeken.

 

“Josefus vertelt dat er onder het volk Israël drie denkrichtingen bestonden: Farizeeën, Sadduceeën en Essenen. De sekte van de Dode Zee verdeelde Israël eveneens in deze drie groepen. De rabbijnse literatuur noemt echter alleen Farizeeën en Sadduceeën en verwijst in het beste geval schuin naar het bestaan van de Essenen. Jezus was dichter bij de wereld van de Farizeeën dan die van de Sadduceeën. Hij heeft zeker geen overtuigingen, religieuze of sociale opvattingen gemeen met de Sadduceeën, en hij zou weinig gemeenschappelijk hebben met de isolationistische opvattingen van de Essenen en hun openlijke vijandigheid tegenover iedereen die hun stringente opvattingen over rituele zuiverheid niet accepteerde … er is een enorme afstand tussen Jezus en de Essenen. Jezus maakte dit duidelijk met zijn verklaring dat de ‘zonen van deze wereld’ superieur zijn aan de ‘zonen van het licht’ (Lucas 16:8).”

  • ‘Jesus and the Hasidim. Exploring the Jewish Background to the Life and the Words of Jesus’ in: Jerusalem Perspectives, Special Triple Issue numbers 42, 43 & 44, Jerusalem 1994, 3

Jezus’ onderwijs en begrip van de Thora was in overeenstemming met de normen van de Farizeeën, die zowel op de Geschreven als op de Mondelinge Thora waren gebaseerd (Lucas 2:41-47). Hij onderwees zijn leerlingen en volgelingen zelfs: ‘de schriftgeleerden en de Farizeeën hebben plaatsgenomen op de stoel van Mozes. Houd je dus aan alles wat ze jullie zeggen’ (Mt 23:2-3 NBV). De uitdrukking ‘stoel van Mozes’ wordt ook in de midrasj-literatuur gevonden en zulke stoelen zijn er werkelijk in oude synagogen gevonden.”

Jezus droeg de vereiste jaarlijkse halve sikkel bij voor de tempel, een innovatie van de Farizeeën of van hun voorgangers. Die innovatie werd noch door Sadduceeën noch door Essenen aanvaard … Het is niet bekend of de Sadduceeën deelnamen aan synagogediensten, noch of Essenen de synagoge bezochten. Jezus echter ging naar gewoonte naar de synagoge op de sabbat om er uit de Thora en de Profeten te lezen en er daarna uit te onderwijzen. Dit was alles in overeenstemming met de halachah en de praktijk beschreven in tannaitische literatuur.”

  • ‘Jesus and the Hasidim. Exploring the Jewish Background to the Life and the Words of Jesus’, Idem 3

“Ik beweer niet dat Jezus werkelijk een chassied was of in wat voor vorm dan ook een lid was van deze eigenlijk Galilees chassidische beweging van zijn tijd. Ik heb echter geprobeerd de gelijkenis en affiniteit tussen Jezus en de chassidim aan te tonen in onderwijs, levensstijl, gedrag en relatie met de wijzen … Kortom, we hebben alleen versluierde verwijzingen naar chassidische leringen in een literatuur die nauw van geest is maar niet identiek aan die van hen. Dit is echter voldoende om ons te laten zien hoe Jezus leek op deze Galilese groep uit de eerste eeuw. Voor het grootste deel waren zijn daden in overeenstemming met de basisprincipes van die groep.”

  • ‘Jesus and the Hasidim. Exploring the Jewish Background to the Life and the Words of Jesus’, Idem 16-17

  1. Marcus van Loopik (1950)

Judaïcus, grafisch kunstenaar. Joodse mystiek is voor hem een vanzelfsprekend onderdeel van zijn joods zijn.

 

 

Net als vele andere tijdgenoten stelde Jezus de geest van de Tora boven de letter van de wet. Hij is zich evenals de wijzen scherp bewust dat de geboden gegeven zijn omwille van het leven: “de mens die ze doet, zal daardoor leven. Ik ben de Eeuwige” (Lev. 18:5) …

Evenals Hillel de Oude en Rabbi Aqiva beschouwde Jezus het gebod van naastenliefde als de essentie van de Tora, zonder daarmee overigens afbreuk te doen aan het belang van de vele andere voorschriften …

Jezus was een trouw aanhanger van de Farizeese traditie. Dit blijkt onder meer uit zijn aansporing om hun leringen strikt in ere te houden … (Matth. 23:1-3).”

  • Tweespalt en verbondenheid. Joden en christenen in historisch perspectief: joodse reacties op christelijke theologie, (red.) Zoetermeer 1998

  1. Amy-Jill Levine (1956)

Joods orthodoxe vrouw. Hoogleraar Nieuwe Testament aan de Vanderbilt University Divinity School, Department of Religious Studies, and Graduate Department of Religion.

 

Jezus kan niet volledig worden begrepen tenzij hij wordt begrepen door Joodse ogen uit de eerste eeuw en wordt gehoord door Joodse oren uit de eerste eeuw. De gelijkenissen zijn producten van de eerste-eeuwse cultuur, niet de onze; de genezingen werden beoordeeld volgens dat wereldbeeld, niet het onze; de debatten over het volgen van de Thora vonden plaats binnen die reeks van wettelijke parameters en vormen van verhandeling, niet de onze … Wanneer Jezus zich bevindt in de wereld van het jodendom, krijgen de ethische implicaties van zijn leer een hernieuwde en versterkte betekenis; hun kracht is hersteld en hun uitdaging is aangescherpt.”

  • The Misunderstood Jew. The Church and the Scandal of the Jewish Jesus, New York 2006, 20-21

Jezus van Nazaret kleedde zich als een jood, bad als een jood (en hoogstwaarschijnlijk in het Aramees), instrueerde andere joden over hoe het beste te leven volgens de geboden die God aan Mozes gaf, onderwees als een jood, debatteerde als een jood met andere Joden en stierf zoals duizenden andere joden aan een Romeins kruis. Hem te zien in een joodse context in de eerste eeuw en te luisteren naar zijn woorden met eerste eeuwse oren, ondermijnt op geen enkele manier de christelijke theologische claims. Jezus hoeft niet volledig uniek te zijn om iets zinvols te zeggen of iets zinvols te doen.”

  • The Misunderstood Jew. The Church and the Scandal of the Jewish Jesus, New York 2006, 51

  1. Armand Abécassis (1933 Casablanca Marokko)

Directeur van het Centrum voor joodse studies en specialist van het joodse denken. Zet zich in voor een vruchtbare dialoog tussen joden.

 

Maar Jezus sprak geen Grieks, sprak geen Latijn, maar Aramees of Hebreeuws. Het is een grote fout om zich toe te leggen op de interpretatie van teksten die door Semieten zijn geschreven, met behulp van Indo-Europese talen en begrippen. Een term of uitdrukking heeft alleen zin binnen het kader van hun taalkundige, culturele en psychologische context.”

  • “En vérité je vous le dis”. Une lecture juive des Evangiles‘, Paris 1999, 25

“Geen van de twee verbonden kan de andere vervangen. Israël is er niet om de kerk voor te bereiden, als een eerste versie. Noch het Hebreeuwse geloof noch het jodendom predikten het christendom als hun vervulling, ook al gingen ze er in de geschiedenis aan vooraf. Wat voorafgaat is niet altijd de oorzaak van wat erop volgt, zelfs al is het de voorwaarde ertoe. Daarom is het lezen van het ‘Oude Testament’ in het licht van het ‘Nieuwe Testament’ een fout, een misrekening en een ideologie.”

“Dit is ook een fout: als we geloven in geschiedenis en de ordelijke opeenvolging van gebeurtenissen aan elkaar, is het eerder het ‘Nieuwe Testament’ dat we moeten lezen in het licht van de thora van de Hebreeën en van de joden. Deze methode zou dichter bij de realiteit staan … dan de vorige.”

  • “En vérité je vous le dis”. Une lecture juive des Evangiles‘, Paris 1999, 23,25

  1. Mireille Hadas-Lebel (1940 Tunesië)

Hoogleraar godsdienstgeschiedenis en specialiste van het jodendom in de oudheid aan de universiteit van de Sorbonne (Parijs)

 

“Het is duidelijk de liefde voor vrede en de liefde voor schepselen die het dichtbij brengen tussen Hillel en Jezus het meest rechtvaardigen. Men zou er de liefde voor de Thora aan toe kunnen voegen, hoewel elk van hen de Bijbelse wetten op zijn eigen manier heeft aangepast; Zegt Jezus niet: ‘Ik ben niet gekomen om af te schaffen, maar om te vervullen’(Matteüs 5:17 NBV)? Hun vertrouwen in God komt tot uitdrukking in heel hun gedrag: Hillel verzamelt geen levensmiddelen en zegent God ‘van dag tot dag’ (Besa 16a), en ook Jezus adviseert om zich geen zorgen te maken over de dag van morgen: ‘Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last’ (Mattheüs 6:34 NBV). Voor zover je kunt oordelen naar de middelen van bestaan, Hillel wacht op ‘de komende wereld’ zoals Jezus ‘het koninkrijk van de hemel’ of “de komende eeuw.”

  • Un sage au temps de Jésus, Paris 2005, 105-106

  1. Clive Allen Lawton (1951 Londen)

Brits opvoeder, radioman en een van de stichters van Limmud een Brits-joodse educatieve liefdadigheidsinstelling. Sinds 2016 docent aan de London School of Jewish Studies.

 

In Jesus through Jewish eyes, op de BBC (Last updated 2009-06-23) deed hij de volgende uitspraken:

 

  • “Het heeft me een aantal jaren gekost om te beseffen dat ik zo overtuigd was dat Jezus getrouwd was omdat er niet expliciet stond dat hij dat niet was. Vanuit mijn oogpunt, vanuit het joodse oogpunt, om dertig jaar te worden en niet getrouwd te zijn, vereist commentaar en uitleg!”

 

  • “In de loop der jaren is mijn kijk op Jezus een beetje subtieler geworden dan dertig en meer jaren geleden, toen bijna niemand op mijn aandringen zou luisteren dat Jezus echt heel joods was. Tegenwoordig trekt de opmerking nauwelijks een wenkbrauw op – nu ja, in Groot-Brittannië dan. Sindsdien heb ik een Hebreeuwse vertaling van het Onze Vader gelezen en het klinkt precies als al die gebeden waar mijn gebedenboek vol van staat – geselecteerde citaten uit de Psalmen, samengevoegd om te bouwen aan een crescendo van evenwicht tussen Gods verantwoordelijkheden tegenover ons en de onze tegenover hem, zoals dat het beste tot uitdrukking komt door onze dubbele plicht jegens God en de mensheid.”

 

  • “Ik heb de gerapporteerde uitdagingen van Jezus aan de religieuze leraren en autoriteiten van zijn tijd nader bekeken en ik kan niet veel schokkends vinden. Argumentatie en polemische overdrijving zijn de zaken van het joodse debat. Als een leraar iets veroordeelt en zegt dat het niet uitmaakt in vergelijking met iets anders, dan moet je zijn opmerkingen niet uit de context halen van hoe ze zich eigenlijk gedroegen of wat ze elders zeiden. Ze hebben misschien net een bedoeling duidelijk gemaakt.”

 

  • Evenzo horen de opmerkingen van Jezus over de naleving van de Sjabbat juist bij de zaken van de farizese discussie. We weten zoveel over de farizese discussie omdat de rabbijnse traditie geen meningen onderdrukte die niet overeenkwamen met de heersende opvatting. Alle verschillende meningen zijn vastgelegd in de Talmoed. Er van mening over verschillen was geen misdaad. Noch over het beweren de Messias te zijn – zoals verschillende mislukte pretendenten dat eerder en sindsdien hebben gedaan.”

 

  • “Het is dus vrij eenvoudig om Jezus te zien als een farizeeër uit de liberale vleugel, waarschijnlijk zwaar beïnvloed door de messiaanse vurigheid die er toen heerste en blijkbaar diep onder de indruk van Johannes de Doper, die mogelijk betrokken was bij de Essenen of bij een andere dergelijke separatistische sekte. Hij ergerde zich verregaand over de tempeluitwassen van die tijd, wilde niet betrokken bij de politiek raken en wilde dat de mensen zichzelf serieus namen omdat ze in staat waren Gods koninkrijk op aar de tot stand te brengen door correct te leven.”

 

Wordt vervolgd

error: Alert: Content is protected !!