9.3.1 De thora, een leer van gerechtigheid en liefde

Zich verdiepen in de onterechte tegenstelling tussen het joodse begrip gerechtigheid (in de thora) en het christelijke begrip liefde (in het evangelie).

Inleiding

Eeuwenlang worden de geloofsbelevingen van de joodse en de christelijke gemeenschappen als tegengesteld gezien. Toch beweren beide dat zij hun inspiratie uit dezelfde Hebreeuwse Bijbel putten. De joodse overlevering vindt er het basisgegeven van de gerechtigheid in terwijl de christelijke interpretatie zich vooral richt op de liefde. Doet men met een dergelijke antithesis recht aan de visie en de geloofspraktijk van beide religieuze gemeenschappen?

Een terechte spanning?

De spanning tussen de joodse en de christelijke visie komt hoofdzakelijk door een gebrek aan kennis, waardering en beoordeling. Jammer genoeg hebben deze bijgedragen aan enorm veel vijandigheid, veroordelingen en discriminaties. Beide gemeenschappen kunnen daar allesbehalve trots op zijn. Wil men een evenwichtige beoordeling dan moet men gebruikmaken van de juiste informatie en deze correct interpreteren.

Sinds de tweede eeuw voor de gewone jaartelling werden de Hebreeuwse Schriften voor de hele wereld toegankelijk. Zij werden toen immers in het Grieks vertaald zodat iedereen die de lingua franca – het Grieks van die tijd – kende, ze kon lezen. Men gaf in het Grieks het geheel van die vertaalde Hebreeuwse teksten de Latijnse naam Septuaginta (afgekort met LXX) en die staat voor het getal zeventig. Het is afgeleid van de vertaling van de zeventig mannen. Volgens een legende zouden er 70 vertalers aan hebben gewerkt.

Hoezeer het spreekwoord ‘vertalen verraden kan betekenen’ is dat enigszins ook van toepassing op de Septuaginta. Dit blijkt o.a. uit de tendentieuze weergave van het Hebreeuwse woord thōrā door het Griekse woord nomos. En dat werd in zowat alle bijbels in de moderne talen het woordje ‘wet’. Dit laatste bestrijkt hoegenaamd niet het gamma van betekenisaspecten van het woord thora. Dit veroorzaakt niet alleen een verarming maar ook een accentverplaatsing. Het begrip ‘thora’ betekent immers vooral leer, onderwijs of onderricht. De naam thora wordt hoofdzakelijk aan de vijf eerste boekrollen van de Bijbel gegeven. Samen bestaan die uit ongeveer vier vijfde verhalende teksten en (maar) voor één vijfde uit wetteksten. Met het woord ‘wet’ doet men de thora dus geen recht. Bovendien heeft dit Hebreeuwse woord een heel andere gevoelswaarde. De keuze van de hellenistische vertalers is deels te wijten aan hun antipathie voor de joodse godsdienst. Vanwege haar praktijken die zij als wettisch beschouwden – net zoals geassimileerde joden dat toen deden – zetten zij zich daarmee af tegen de joodse orthodoxie.

Het ligt voor de hand dat de joodse christenen uit de eerste eeuw van de gewone jaartelling gebruik maakten van deze Griekse vertaling. Zo konden zij de God van Israël en hun visie op de messiaanse weg via Jezus van Nazaret doorgeven aan de gōjīm of de niet-joden. Zij wilden dit doen volgens de richtlijnen van Jezus van Nazaret, hun Galileïsche meester. Hun niet-joods publiek dat de oorspronkelijke betekenis van het woord thora niet kende ontving dit goede nieuws veelal positief maar het distantieerde zich zeer snel van het wetaspect ervan. Hoe meer de joods-christelijke gemeenschap succes kende in de Grieks-Romeinse wereld, hoe groter de spanning werd tussen de christenen van joodse oorsprong en die uit de heidense cultuur. Ondanks de inspanningen van de nieuwtestamentische schrijvers – die de door de profeten voorspelde harmonie tussen het volk van Jakob en de volken van de wereld graag zagen verwezenlijkt – verloor de als joods-christelijk gestarte beweging jammer genoeg haar banden met het jodendom. Zeer snel werden na verloop van tijd de leiders van de kerk nog slechts gerekruteerd uit de bekeerde heidenen. Die verwijderden zich steeds meer van de Hebreeuwse Bijbel. Samen met het gebruik van de Septuaginta namen zij Griekse of hellenistische begrippen over. Op die manier ontstond er niet alleen een kunstmatige maar vooral een echte tegenstelling tussen thora (als wet) en evangelie. Helaas droeg deze tegenstelling bij aan de breuk tussen de joodse gemeenschappen en de vroegchristelijke kerken.

Een thora van gerechtigheid en liefde.

Wie de thora van Mozes echt kent die begrijpt heel goed dat zij bedoeld was om het volk dat net uit slavernij kwam een echte sjālōm te bezorgen. Zij wilde de Israëlieten niet onderdrukken met een onverbiddelijke wet maar hen via een leer een gelukkig leven in het land Kanaän in het vooruitzicht stellen. JHWH zei immers tegen Mozes:

31 Maar jij moet hier blijven, bij mij, dan zal ik jou alle geboden, wetten en regels bekendmaken die je hun moet leren en die zij moeten naleven in het land dat ik hun in bezit zal geven.’ 32 Het is nu aan u om ze in acht te nemen, zoals de HEER, uw God, u heeft opgedragen; wijk er op geen enkele manier van af. 33 Volg steeds de weg die hij u heeft gewezen, dan zult u in leven blijven en er wél bij varen en lang mogen wonen in het land dat u in bezit krijgt – Deuteronomium 5:31-33.

Dankzij hun thoragedrag  leerden de Israëlieten wat recht en gerechtigheid inhield en dat droeg ertoe bij dat zij zich menswaardiger gingen gedragen. Zonder deze beide kan men geen sjālōm ervaren. Of anders gezegd niet in harmonie en vrede leven. Het onrecht en de ongerechtigheid die zij door farao en de Egyptenaren ondergingen moest beslist verleden tijd blijven. Daarom legt de thora het accent op het praktiseren van gerechtigheid. Jammer genoeg doet dit Nederlandse woord als vertaling (vanuit de Septuaginta) geen recht aan zijn werkelijke betekenis. Het Hebreeuwse begrip gerechtigheid – nl. tsedāqā – betekent immers zowel liefde als gerechtigheid. Hugo van Praag beklemtoont daarom: ‘Tussen het evangelisch agapè-begrip en het oudtestamentisch tsedaqa-begrip bestaat dan ook geen enkele tegenstelling …’[1]

Verzoening centraal

Het is verhelderend dat Leviticus als middelste van de vijf thorarollen – hoofdzakelijk handelt over cultusvoorschriften en allerlei andere wetten heeft – heel nadrukkelijk de grote verzoendag als het centrale gegeven heeft. In hoofdstuk 16 – precies in het centrum van het boek – staat deze jōm kīppūr (letterlijk: dag van verzoening). Jaarlijks kunnen mensen op die dag met God worden verzoend, genade en vergeving ervaren! Dat was het goede nieuws voor elke Israëliet die zich door zijn negatieve daden van zijn bevrijder had verwijderd. Door berouw en bekering werd de onderlinge band met God hersteld.

Rabbi Maimonides in de 12de eeuw van de gewone jaartelling had in de thora van Mozes 613 voorschriften onderscheiden.[2] Wie ze bestudeert stelt vast dat deze richtlijnen niet louter met godsdienst hebben te maken maar met zowat alle basisaspecten van het leven: gezondheid, hygiëne, landbouw, ethiek, politiek en godsdienst. Zij vormen een reservoir van praktische adviezen om een echt leefbare samenleving van recht (mīsjpat) en van gerechtigheid (tsedāqā) – kortom van geluk (sjālōm) – te verwezenlijken.

De thora roept haar lezers op om zich altijd als tsadīqīm of rechtvaardigen te gedragen. Dat zijn mannen en vrouwen die de grote tsadīq of rechtvaardige God in het leven weerspiegelen. Hij komt immers bijzonder sterk op voor de rechten van weduwen en wezen, ondersteunt armen en verdrukten en beschermt vreemdelingen. Als dat geen liefde is?

Israëls profeten

Op hun beurt begrepen de profeten heel goed dat de thora geen onverbiddelijke wet was van een koude en wraakzuchtige God. Zij zagen het als een gedragscode om het leven, het geluk en een lang leven van het volk te bevorderen. Als zij merkten dat de voorschriften, richtlijnen en de bepalingen ervan met voeten werden getreden dan schreeuwden zij moord en brand. Wie onrechtvaardig werd behandeld kreeg met de profeten te maken die hen als advocaten verdedigden. Zij riepen op tot berouw, bekering en een gedrag dat het leven bevorderde. Zo spreekt de profeet Jesaja namens JHWH tegen de leiding van de stad Jeruzalem met bestraffende woorden:

21 Ach, de trouwe stad is een hoer geworden.

      Waar eens recht heerste en gerechtigheid woonde,

      daar huizen nu moordenaars.

22 Je zilver is zwart en dof geworden,

      je wijn versneden met water.

23 Je vorsten zijn schurken, ze houden het met dieven,

      ze denken alleen aan geschenken en steekpenningen.

      Wezen bieden ze geen bescherming,

      het lot van weduwen laat hen koud.

24 Daarom – zo spreekt de HEER van de hemelse machten,

      de sterke God van Israël:

            Wee hun, ik zal me wreken op mijn tegenstanders,

            mijn woede koelen op mijn vijanden.

25       Ik zal mij tegen je keren,

            je zilver zuiver ik met loog,

            al je vuil verwijder ik.

26       Ik breng je rechters en raadgevers tot inkeer,

            het zal weer worden als voorheen.

            Dan zul je deze naam dragen:

            ‘Stad van gerechtigheid’, ‘Stad van trouw’.

27        Sion zal verlost worden door recht

            en wie zich bekeert door gerechtigheid.

28       Maar opstandige zondaars worden gebroken,

           wie de HEER verlaat, gaat ten onder – Jesaja 1:21-28

Hartverscheurend zijn deze woorden omdat zij ongerechtigheid veroordelen. Tegelijkertijd ook hartverwarmend omdat JHWH alles op alles zet opdat het kwaad stopt en er weer gerechtigheid gaat heersen.

De wijzen van Israël

De dichters en de wijzen van Israëls geschriften roepen hun lezers op tot logisch nadenken en tot het gebruik van het gezonde verstand. Zij willen hen leren dat de thora niets anders dan de uitdrukking is van de wil van hun God die vruchtbaarheid, ontplooiing en evenwicht van het bestaan op het oog heeft. Dan kan er voor een maximaal aantal mensen geluk uit voortvloeien.

6     Wees niet langer zo onnozel,

leef, en betreed de weg van het inzicht.’

9     Een wijze wordt nog wijzer als je hem berispt,

een rechtvaardige vergroot zijn inzicht door wat je hem leert.

10 Wijsheid begint met ontzag voor JHWH,

inzicht is vertrouwdheid met de Heilige.

11 Door mij, Wijsheid, vermeerderen de dagen van je leven,

je levensjaren nemen door mij toe.

12 Als je wijs bent, heb je er zelf voordeel van,

als je spot, benadeel je jezelf – Spreuken 9:6, 9-12

De rabbijnen

Door de eeuwen heen zetten de rabbijnen zich in om de thora te onderwijzen. Zij spoorden dan hun leerlingen en synagogeleden aan hun godsdienst, ethiek en medemenselijkheid in praktijk te brengen. Hun richtlijnen werden in het dagelijkse leven serieus genomen. Onvermoeibaar gingen zij voort met het steeds weer uitwerken, toepassen, actualiseren en herinterpreteren van de thora. Als haar verdedigers waren zij ervan overtuigd dat het bestaan van hun volk en het evenwicht in de samenleving van de uitleving ervan afhingen. Daarom ontwikkelden zij (hermeneutische) regels voor de uitleg van de thora zoals de dertien regels van Rabbi Ismael. Dit deden zij om haar doelstelling te bevorderen: een zich evenwichtig oriënteren op het leven en het verwezenlijken van een wereld van gerechtigheid. Iedere keer weer houden de rabbijnen nieuwe situaties tegen het licht van de thora en omgekeerd. Zij menen dat elke generatie de plicht heeft haar opnieuw te interpreteren, haar uit te leggen en de conclusies daarvan in de praktijk om te zetten. Zo wordt een harmonieus, rechtvaardig en gelukkig leven mogelijk.

Een evangelie van liefde en gerechtigheid

Het Griekse (of Nieuwe) Testament van de hand van haar joodse schrijvers zou zonder Jezus, de ‘rabbi’ van Nazaret, nooit het licht hebben gezien. Hun hoofdpersoon was een orthodoxe jood die niet alleen volgens de thora leefde maar deze ook energiek verdedigde en onderwees. Verschillende moderne joodse geleerden – zoals o.a. David Flusser, Samuël Sandmel, Geza Vermes, e.a. – erkennen, na zorgvuldige studies, dat Jezus ontegensprekelijk trouw aan de thora bleef. Zijn eerste grote toespraak bevat een indrukwekkend pleidooi ten gunste van Mozes’ thora (Matteüs 5:17-20).[3]

Jezus was van mening dat haar geldigheid zelfs met het bestaan van de wereld was verbonden. Met veel nadruk waarschuwde hij iedereen die iets zou willen afdoen, veranderen of wijzigen van de tekst, de onderwijzing en de praktijk van de thora. Jezus zag zichzelf als iemand die haar ‘vervulde’.  Dit werkwoord moet men niet in zijn Griekse betekenis – namelijk tot zijn voleinding brengen – opvatten maar in zijn Hebreeuwse en rabbijnse zin: ‘tot zijn recht brengen’. Ook riep hij zijn leerlingen op tot een strikte toepassing van de thora en hij verwachtte dat zij op dat vlak zelfs de farizeeën zouden overtreffen. Enerzijds prees hij het onderwijs van die laatsten dat zij op Mozes’ leerstoel brachten maar anderzijds wees hij hen terecht. In de praktijk leefden zij dat onderwijs niet consequent uit (Matteüs 23:1-3).[4] In deze tekst richtte hij zich tegen de farizeeën die hoorden bij de strenge school van rabbi Sjammai. Jezus’ kritiek kwam grotendeels overeen met die van de farizeeën van de gematigde school van rabbi Hillel .[5]

Hoe dan ook legde Jezus de nadruk op de liefde (agapè). Hij vatte de hele thora samen in twee geboden: liefde voor God en liefde voor de medemens (Marcus 12:28-34).[6] Zijn uitleg mondde echter niet uit op een verregaande versoepeling van de thora maar integendeel op een versterking, verscherping en verbreding.[7] Zo riep hij de mensen zelfs op om de vijand lief te hebben.

43 Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” 44 En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, 45 alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel … – Matteüs 5:43-44).

Zelf bleef hij consequent trouw aan de thora en tot aan zijn dood handelde hij ernaar. Zijn onderwijs bleek dus niet louter theorie en ook bleef zij geen dode letter.

Jakobus en Paulus

Jezus’ broer Jakobus, die de eerste leider van de jonge kerk was, werd voor zijn bijzondere vroomheid door zijn medeburgers in het joodse land erg gewaardeerd.[8] Hij verdedigde de thora die hij de koninklijke wet (nomos) noemde:

Indien gij echter de koninklijke wet vervult naar het schriftwoord: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf, dan doet gij wél – Jakobus 2:8NBG.

Hij onderstreepte dat het overtreden van één enkel gebod, de overtreding van de hele thora / wet betekende (2:10). Het wezenlijke van de ware godsdienst bestond voor hem uit het omzien naar weduwen en wezen (1:27). Mozes had dit al voorgeschreven en het gold o.a. als het in de praktijk brengen van waarachtige gerechtigheid of tsedāqā. Als dat geen onbaatzuchtige liefde is?

Hoe kon diezelfde leer over de liefde – als centraal gegeven van de thora – later worden gebruikt alsof zij door deze ‘wet’ werd tegengesproken? Algemeen werd en wordt Paulus gezien als de rabbijn die afstand deed van de thora. Een grondige literaire en historische studie van de bijbelteksten, het godsdienstige en culturele kader waarin zijn woorden voorkomen maakt heel duidelijk dat Paulus er niet van mag worden beschuldigd dat hij wilde dat de thora zou worden verwaarloosd.[9] Zelfs Jakobus ging niet akkoord met die onterechte beschuldigingen. Daarom stelde hij hem een manier voor om ze te ontkrachten.

21 Nu is hun verteld dat jij de Joden die onder de heidenen wonen aanspoort tot ontrouw aan Mozes; je zou beweren dat ze hun kinderen niet hoeven te besnijden en dat ze zich niet aan de voorschriften hoeven te houden. 22 Hoe weerleggen we dit? Ze zullen ongetwijfeld horen van je komst 22 Hoe weerleggen we dit? Ze zullen ongetwijfeld horen van je komst. 23 Doe daarom wat wij je zeggen. Er zijn bij ons vier mannen die een gelofte hebben afgelegd. 24 Neem hen met je mee, laat je samen met hen reinigen en betaal voor hen de kosten van de offers, waarna ze hun haar kunnen laten afscheren. Dan zal iedereen inzien dat de verhalen die over jou worden verteld onwaar zijn, en dat ook jij doet wat de wet voorschrijft – Handelingen 21:21-24

Paulus nam een weinig benijdbare positie in. Hij zag zich als de boodschapper van God en zijn meester Jezus om Israëls God in de Grieks-Romeinse wereld te introduceren. Hij poogde de joodse godsdienst voor heidenen toegankelijk te maken. Met dat doel voor ogen schreef hij in het Grieks en bij zijn bewijsvoering vanuit de Hebreeuwse Bijbel gebruikte hij de Septuaginta. Ondanks zijn lovenswaardige inspanningen en goede bedoelingen werd zijn leer in Griekse bewoordingen door conservatieve en orthodoxe joden verkeerd begrepen (en later ook door heel wat christenen). Zij waren bang dat de thora door het toedoen van de heidenen zou worden afgevoerd. Die waren immers niet zo geïnteresseerd in een andere Lex (wet). Deze wet van de Romeinse keizer vonden deze heidenen al meer dan voldoende.

Jezus’ volgelingen in vergadering

In het jaar 48 van de gewone jaartelling vond in Jeruzalem de eerste officiële vergadering van de steeds groter wordende gemeenschap van Jezus’ leerlingen plaats. Daar viel het besluit om de nieuw bekeerde niet-joden bij hun toetreden niet te verplichten om de hele thora te houden. Er werd hun integendeel bevolen om een begin te maken met het onderhouden van slechts enkele voorschriften. Later werden die samen met nog enkele andere voorschriften noachitische geboden genoemd. De voorzitter van de vergadering Jakobus besloot de gedachtewisselingen als volgt:

19 Daarom ben ik van mening dat we de heidenen die zich tot God bekeren geen al te zware lasten moeten opleggen, 20 maar dat we hun moeten schrijven dat ze zich dienen te onthouden van wat door de afgodendienst bezoedeld is, van ontucht, van vlees waar nog bloed in zit en van het bloed zelf. 21 In haast elke stad wordt de wet van Mozes immers al sinds mensenheugenis verkondigd en op iedere sabbat in de synagogen voorgelezen’- Handelingen 15:19-21

De vergadering verwachtte dat deze nieuwkomers op natuurlijke wijze zouden groeien in hun kennis en praktijk van de hele thora. Zij zouden die immers week in week uit in de synagogen horen voorlezen en uitleggen. Hun hoop bleek té idealistisch. De orthodoxe joden beschouwden een dergelijke aanpak op den duur te riskant. De gelovigen uit de heidenen van hun kant zagen gaandeweg de thora niet als een leer van voorschriften met het oog op een gelukkig leven maar eerder als een wet van beperkingen. Zo bleef Jezus’ nadruk op de liefde door de christenen van heidense afkomst wel behouden maar de (wets)voorschriften die ermee waren verbonden werden afgevoerd. Tenslotte draaide dit uit op het totaal vergeten van de thora zelf.

Heeft het christendom zich dan volledig van de thora verwijderd? Niet helemaal. Het volstaat om het Griekse (Nieuwe) Testament door te lichten op de manier zoals Rabbi Maimonides dat met de thora deed. Dan ontdekt men dat naast Jezus en Jakobus ook haar schrijvers een deel van de ethiek, de aanbidding en de godsdienst van de thora onder woorden brengen. Het joods-christelijk onderricht van het Griekse (Nieuwe) Testament is niets anders dan een thora-onderwijs voor gōjīm of niet-joden. Jammer genoeg heeft slechts een minderheid van christelijke theologen zoals Dietrich Bonhoeffer dat wel goed begrepen.[10] Volgens hem biedt de genade zich niet gratis aan. Zij kost de christen de prijs van de ‘gehoorzaamheid’ aan de principes en de ethische richtlijnen van Jezus, de grote verdediger van de thora.

Ter afronding

Bijzonder kernachtig en glashelder stelt Hugo van Praag: ‘het jodendom gelooft in de liefde, die uit gerechtigheid ontspruit, het christendom aan de gerechtigheid, die uit de liefde voortkomt’.[11] Pinchas Lapide merkt op dat niet alleen de Galileïsche rabbijn Joshua (Jezus) van Nazaret de ethiek veel belangrijker vond dan de ritus[12] maar ook de grote rabbijn Abraham Joshua Heschel uit de vorige eeuw onderstreepte die waarheid. De spiritualiteit van de profeten en van de chassidim (of vromen) van alle eeuwen ligt niet ver verwijderd van de zaligsprekingen van Jezus (Matteüs 5:1-12) en de aansporingen van Paulus. Jodendom en christendom beleven en verdedigen beide de thora terwijl zij complementaire accenten leggen: tsedāqā en agapè of gerechtigheid en liefde.

Voetnoten

[1] H. van Praag, Blauwdruk voor een nieuwe wereld, Den Haag, 1967, 31

[2] Maimonides, Sefer ha-Mitzwot

[3] Raadpleeg hiervoor in de rubriek 1. Jezus van Nazaret de bijdrage 2. Ontdekken 1. Jezus, thora en tien woorden

[4] Idem

[5] H. Falk, Jesus the Pharisee, New York, 1985

[6] 1. Jezus, thora en tien woorden

[7] D. Flusser in: Juden und Christen lesen dieselbe Bibel, Duisburg 1977, 102-113

[8] Flavius Josefus, Antiquités juives, XX, 199-202

[9] S. Ben-Chorin, Paulus, München, 1980, 2-66, en P. Lapide, Paulus, Rabbi en Apostel, Kampen, 1988, 30-67

[10] D. Bonhoeffer, Navolging, Kampen 2017

[11] Van Praag, Blauwdruk, 31

[12] P. Lapide. Der Rabbi von Nazaret, Trier, 1974, 49-50

 

error: Alert: Content is protected !!