2.2.2 De taal van Bijbelse getallen

Ontdekken hoe getallen in de Bijbel moeten worden ingeschat.

Inleiding

Op het vlak van het gebruik van getallen is er sinds de bijbelse tijd niet zoveel veranderd. Spreken wij ook niet van een man of 5, van 28 representatieve EU-afgevaardigden, van 007 alias filmheld James Bond of ook van 4711 als merknaam voor eau de cologne? Daarnaast roept ’40-45′ een waterval aan herinneringen, feiten, beel­den, afschuw en verdriet op. Het jaar 1948 klinkt daarentegen als muziek in joodse oren omdat het verwijst naar de oprichting van de staat Israël. Heilige getallen komen nu echter niet meer voor, maar dat is soms wel het geval in de Bijbel.

Meer over het getal 7

Naast de verwijzende functie in de Bijbel van het getal 7 naar de buurvolken van Israël was er nog de specifieke betekenis die het ont­leende aan de 7-daagse week van de schep­ping. Daardoor kreeg dit getal niet een magi­sche betekenis maar straalde het wel iets vols, voltooids of compleets uit.

Heilige feesten en tijden

Die 7de dag waarop God rustte, werd door hem gezegend en geheiligd. Dat deze bijzondere dag daarmee in het godsdien­stige leven iets van zijn heiligheid aan het getal 7 doorgaf, hoeft niet te verwonde­ren. De 3-voudige herhaling ‘De 7de dag’ in de tekst versterkt dit idee.

1 Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid. 2 Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij op de zevende dag van het werk dat hij gedaan had. 3 God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn scheppingswerk – Genesis 2:1-3

Zo werd de 7de dag een feestdag. De drie grote bijbelse feesten duurden 7 dagen. Vaak had de 7de dag van die 7-daagse feesten een speciaal karakter. Zo werd Pasen gevolgd door 7 dagen van ongezuurde broden. Dan na 7 x 7 weken (+ 1 dag) kwam Pinksteren of Wekenfeest. Het Loofhuttenfeest met zijn 7 dagen herinnerde aan Israëls woestijntijd en duurde eveneens 7 dagen. Deze drie feesten worden nog steeds gevierd in de joodse gemeenschap.

Verder verdeelde de Hebreeuwse Bijbel de tijd in perioden van 7. Slaven werden in het 7de jaar of sabbatsjaar vrijgelaten. Tevens kregen debiteuren daarin hun schulden kwijtgescholden, lag het land braak en moesten de mensen niet werken. Verme­nigvuldigde men die 7 jaar durende periode met 7 dan werd het 49ste jaar bereikt en belandde men op de drempel van het 50ste jaar dat de naam jubeljaar kreeg. Daarin dienden alle verloren eigendommen aan de oorspronkelijke eigenaars te worden teruggegeven.

In het leven in en rondom de tempel speelde het getal 7 ook een voorname rol. Op de 7de dag diende de nazireeër van wie een verwante in zijn nabijheid overleed, zijn hoofd­haar af te scheren; werd iemand die een lijk had aangeraakt rein verklaard; en moest een mens die voorheen melaats was maar daarna ge­nezen zich het haar afscheren; enz. 

Geen volmaaktheid, wel volheid

Het getal 7 heeft in de Bijbel dus een zeer positieve en zegenrijke bijbetekenis. Dat het daarom door Westerse (lees: Grieks- Romeins georiënteerde) christenen als een volmaakt getal wordt gezien, is begrijpelijk, maar dit was niet zo door de Bijbel be­doeld. Het ging eerder om ‘volheid’. De schepping kreeg de kwalificatie van ‘zeer goed’ maar niet van volmaakt. De mens moest die schepping immers voortzetten door het bewerken, het bewaren en het vullen van de aarde.

Daar de bijbelse mens de 7de dag van elke week heiligde door zijn werk stop te zetten en er een herdenkingsdag van te maken die verwees naar de schep­ping en naar de bevrijding uit Egypte kreeg die dag een ‘heilig’ of ‘apart’ karakter. Het door de lezer veronderstelde samenzijn van de mens en zijn schepper op de 7de dag werd in het leven van de gelovige geconcretiseerd door een ere­dienst aan hun levensgever. Het getal 7 speelde dus zo een uitzonderlijke rol en symboliseerde het bereiken van de volle 7 dagen van de scheppingsweek. Bijgevolg kon de 7de dag worden opgevat als een dag van ontmoeting tussen God en de Israëliet.

Het getal 6

De aan de 7de voorafgaande 6de dag markeerde ‘het-nog-niet’. Het moment van bovengenoemde gesuggereerde ontmoeting was nog niet gerealiseerd. Op de 6de dag zagen de dieren en de mens het leven. Zou het scheppingsverhaal daar ein­digen dan zou het niet rond zijn geweest. Er zou dan immers geen plaats zijn geweest voor een samenko­men tussen God en mens. Deze laatste zou dan in de verleiding komen om zich niet op God maar op zichzelf en de schepping te richten. Elke dag in het scheppingsver­haal focuste op iets waar de mens mee te maken kreeg. Hoewel in het scheppingsverhaal God in die week elke dag in actie was en zijn aandacht richtte op het doen ontstaan van het leven was er geen exclu­sieve aandacht voor hemzelf dan juist op die 7de dag. De lezer werd zodoende uitgenodigd om zich te concentreren op zijn schepper en niet op hemzelf alsof hij zelf aan de oor­sprong van alle dingen zou staan.

Op zichzelf gericht

Het scheppingsverhaal vertelde dat de mens zijn schepper de rug toekeerde. Hij werd ‘als God’ en ontnam daarmee de eer die God toekwam. Mogelijk ging daarom in de latere bijbelse traditie het getal 6 – dat met opdracht van de mens op de 6de verbonden was – naar die situatie verwijzen: de mens die voldoening in zichzelf vond en God links liet liggen of zich tegen hem verzette. Goliat die Israëls God tartte was 6 el en een span lang en de punt van zijn lans woog 600 sikkels ijzer. Een andere reus die het vuur aan Israëls sche­nen legde had aan elke hand 6 vingers en aan elke voet 6 tenen. Nebukadnessar gaf aan zijn god Marduk (en aan zichzelf) de eer door er een gouden standbeeld voor te laten oprichten van 60 el hoog en 6 el breed. Farao verzette zich tegen Israëls God door zijn voormalige slaven met 600 wagens te achtervolgen.

Het getal 666

De mens arbeidde al zwetend 6 dagen van de week en slaven dienden hun meesters 6 jaar. Men kon ook 6 jaren onder schulden gebukt gaan. De akkers en boomgaarden moesten door het werk van de landbouwers 6 jaar lang vrucht opbrengen. Het getal 6 – met 60 en 600 in zijn verlengde – fungeerde dus symbolisch voor de mens die zich op zichzelf concentreerde en niet op God en zich mogelijk ook nog tegen hem verhief. Deze logische veronderstelling wordt on­dersteund door het mysterieuze getal 666. De schrijver van het boek Openbaring bracht het onder de aandacht als het getal van ‘een mens’. Dit beest dat gewoonlijk als de antichrist werd aangezien verhief zich tegen God en beroofde hem van zijn plaats en eer. Tegenover deze anti-christus stond Jezus van Nazaret die Matteüs presenteerde als de christus die zich juist wél voor God vernederde en hem juist alle eer gaf.

Over het getal 6 heen

Volgens Matteüs kwam Jezus voort uit 3 x4geslachten of 6 x 7 generaties. Zo stond Jezus aan het begin van de 7de serie van 7 generaties. Die serie van mensen vormde dan de messiaanse gemeenschap of bestond uit bur­gers die God als hun koning eerden. Jezus werd hun gezalfde koning, hun messias of christus. De 6 x 7 voorgaande generaties droegen sporen van menselijk falen. Onder hen strek­ten Abraham en David God tot eer: Abraham leerde via 7 ont­moetingen God echt kennen en gaf zich bij die 7de ontmoeting volle­dig aan hem over. Van David werden 7 kwaliteiten opgesomd zonder dat in het verhaal het getal voorkwam. Hij werd door JHWH gekozen en wandelde in diens wegen, ging nooit andere goden achterna en werd o.a. daarom Israëls modelkoning bij uitstek.

Tegenspeler van 666

Matteüs’ joodse lezers begrepen zonder meer wat die 3 x 14 generaties te maken hadden met deze aangekondigde koning. In het Hebreeuws werd Davids naam uit­sluitend met medeklinkers ge­schreven. De letters D-V-D hadden samen een getalswaarde van 14. De D stond voor 4 (4de letter van het alfabet) en de V voor 6 (6de letter). Dat gaf dus 4(D) + 6(V) + 4(D) = 14. Daar het getal 3 bij uitstek diende om te onderstrepen, verster­ken of benadrukken maakte Matteüs met 3 x 14 duide­lijk dat de nieuwe koning Jezus 3x het kaliber had van zijn voor­ganger David en dus een super-David was. Zo leek deze koning of christus de 7de serie van 7 generaties in te luiden. Lucas telde zelfs 77 generaties tussen Adam en Jezus. Beide evangelisten verduidelijkten dat deze gezalfde koning bij de mensheid hoorde en haar voorging in zijn op-God-gericht-zijn. Zo kon hij tevens tegenover de anti-christus met zijn 666 worden gepositioneerd.

Het koninklijke getal 10

Veel bijbelboeken maken gewag van het getal 10. Er werden 10 Woorden gegeven op de berg Sinai waarbij JHWH als Israëls koning werd bevestigd. Zo verving hij de Egyptische koning die hij via 10 plagen uitschakelde. Israël werd daarmee een priesterlijk ‘koninkrijk’ van een God die tevens de schepper van de aarde was. Het scheppingsverhaal vermeldde diens 10-voudig scheppende spreken als heerser van de wereld. Ook in het boek Daniël kreeg het getal 10 een functie dat met koningschap te maken had. Zowel de 10 tenen van het beeld uit de droom als de 10 horens van het verschrikkelijke beest doelden op 10 koningen. Iets van dat machtsvertoon vond men terug in Daniels inleidende verhaal maar dan in een positieve zin. Na een 10-daagse proef bleken 4 uit het joodse koninklijke geslacht er beter uit te zien dan wie van de Babylonische koninklijke tafel hadden gegeten. Na 3 jaar viel de beslissing. Zij overtroffen niet alleen 10-voudig hun medekandidaten maar zelfs hun docenten. Al zat hun eigen joodse koning door de Babylonische koning in de gevangenis zij wonnen het op een joods-koninklijke wijze van de Babylonische koninklijke wijsheid.

Iets van dat koninklijke karakter van het getal 10 treft men ook in de evangeliën aan. Jezus karakteriseerde met 10 zaligsprekingen de burgers die Gods koningschap aanvaardden. Later vergeleek hij diens koninkrijk met 10 jonge vrouwen. Bij zijn onderricht over Gods koningschap gebruikte hij voorbeelden van 10 schellingen, 10 slaven, 10 talenten, 10 ponden, 10 steden. Openbaring heeft het over een draak met 7 koppen en 10 horens die het gezag van de koning van het universum tartte en diens volk aanviel. Een vrouw symboliseerde dat volk en had op haar hoofd 12 sterren. Een ander beest met 10 horens en 10 kronen lasterde God.

Het getal 3

Westerse christenen houden ervan om het getal 3 als het getal van God te bestempelen. Die keuze komt voort uit de dogma’s van de 3-eenheid van de kerkvaders tijdens de concilies van de 4de en 5de eeuw. Toch komt dat getal 3 als zodanig niet in de Bijbel voor. Het werd er eerder gebruikt als men iets wilde benadrukken, versterken of de beslistheid ervan aangeven. Zo had Noach 3 zonen: het voortbestaan van de mens was verzekerd; op de 3de dag zag Abraham de berg Moria waarop de beslissing viel; God daalde neer op Sinaï op de 3de dag om het eeuwige verbond met Israël te sluiten; met het overtrekken van de Jordaan op de 3de dag werd de intocht een feit; Gods straf voor Israël kwam uit de verf toen Elia een 3 jaar durende hongersnood aankondigde; David moest uit 3 strafmaatregelen kiezen en dat betekende dat aan Gods besluit niet viel te tornen; Elia strekte zich 3 x uit boven op het kind: het kwam weer tot leven; Josafat en zijn leger raapten 3 dagen lang buit: de vijand was absoluut door God verslagen; in de woestijn weerstond Jezus 3 x zijn tegenstander: dat had dus helemaal geen vat op hem; Jezus nam 3 leerlingen mee tot bij het dode meisje: zij dienden als getuigen garant te staan voor een niet in twijfel te trekken gebeurtenis; Petrus verloochende Jezus 3x en toen deze hem 3x de vraag stelde of hij hem wel liefhad beleed Petrus 3x dat dat wel het geval was. Er viel dus niet te twijfelen aan het feit dat hij niet voor zijn meester was opgekomen; Jezus stierf op het 3de uur en stond op de 3de dag uit de doden op: de overwinning was een feit!

Het getal 1

In de Bijbel is niet het getal 3 dat God symboliseert maar wel het getal 1. De belijdenis van Israël in de Hebreeuwse Bijbel of het Oude Testament dat God 1 is werd later door alle joden – Jezus inbegrepen – overgenomen en opgevat als het allerbelangrijkste geloofspunt. Naast zijn bewering dat er maar 1 meester en 1 vader was, schreef Jezus deze geloofsbelijdenis hoog in zijn vaandel:  Het door Mozes neergeschreven ‘Hoor Israël, JHWH is onze God, JHWH is 1’ sprak Jezus volledig uit en verder onderstreepte het Griekse of Nieuwe Testament nog 7x beknopt het 1-zijn van God. De goden van Israëls buurlan­den waren talrijk maar zijn God was de enige, unieke, eeuwige en onvergelijkbare machthebber in natuur en geschiedenis. Daar verwees dus ook het getal 1 naar. Die God diende Israël lief te hebben met een onverdeelde liefde voor die ene en enige uitverkorene God. Alle an­dere goden telden niet mee. De mens die als man en vrouw naar Gods beeld was geschapen gaf daaraan gestalte door samen 1 vlees of lichaam te zijn. De relatie met die Ene uitte zich in 1 geloof, 1 hoop en 1 doop. Jezus beleed dat hij 1 is met de Vader en hij bad zijn leerlingen 1 te zijn zoals hij dat met God 1 was. Tegenover de menigte stelde hij dat zij de mensen niet naar de ogen moesten zien omdat zij maar 1 meester en Vader hadden (nl. God) en maar 1 leidsman (nl. Christus). Paulus bevestigde dat verschil­lende keren door te zeggen dat zij maar 1 heer of 1 middelaar hadden. Zijn volgelingen dienden 1 lichaam te zijn dat zijn 1-heid in Christus kon vinden en door 1 Geest kon worden begeleid. Alle genoemde voorbeelden maakten dus duidelijk dat het getal 1 verwees naar het ongedeelde, het unieke, het samenbindende en de eenheid.

Ter afronding

Over bijbelse getallen is nog lang niet alles gezegd. Sommige ervan zoals 40, 1000, 1260, 2300, 144.000 e.a. zijn nog niet aan bod gekomen. Toch is duidelijk geworden dat getallen in de Bijbel niet louter naar hun concrete getalswaarde of naar een letterlijk aantal verwijzen. Soms zijn ze dragers van een boodschap, leggen ze verbindingen of helpen ze een dubbele bodem in het verhaal te ontdekken. Naar bijbels gebruik wordt hier voor de 3de keer (!) herhaald en benadrukt dat het kennen van de Bijbelse getalswaarden zijn teksten beter doet doorgronden.

error: Alert: Content is protected !!