5.2.2 Luther en de Bijbel 2

Luther en de Bijbel 2

Het ontdekken van de ongelooflijke bijdrage, die Martin Luther op het vlak van het vertalen en begrijpen van de Bijbel heeft geleverd aan de wereld van zijn tijd met diepgaande en verregaande gevolgen, die tot nu toe reiken.

 

Inleiding

De vorige bijdrage (5. Bijbelvertalingen 5.2. Ontdekken 1. Luther en de Bijbel 1) richtte de aandacht op enerzijds Luthers breken met het gesloten systeem van de Kerk. Zodoende getuigde hij van zijn geloof en kracht. Anderzijds was zijn grote verdienste dat hij de Bijbel vertaalde in de taal van het gewone volk. Vol ontzag wilde hij de grote afstand tussen de tekst ervan en de mensen overbruggen. Zelf studeerde hij heel hard om de Bijbel – die hij van begin tot einde las – te begrijpen, zodat hij de teksten aan de mensen kon uitleggen. Hij verlangde er immers naar dat ze zich zouden losmaken van een letterlijke uitleg ervan. Vol eerbied voor de Bijbel liet hij door middel van zijn uitleg Gods bevrijdende boodschap in Jezus Christus doorklinken, omdat hij die zelf had ervaren. Via zijn onderwijs van de Bijbel gaf Luther blijk van zijn eigen geloof en liefde.

 

Wegglijden van Luthers bedoeling (Geloof en verstand)

Luthers bijdragen aan de westerse wereld zijn te talrijk om volledig in de verf te zetten. In deze bijdrage komen een drietal geloofsdimensies aan de orde, die bijbellezers mogelijk interpelleren: geloof en kracht; geloof en verstand ; geloof en liefde. Ze kunnen helpen bij het reflecteren over de waarde en de kracht van geloof en misschien bij het verdiepen ervan. Dat is echter minder eenvoudig dan dit op het eerste gezicht lijkt!

 

  1. De kracht van Luthers geloof

Luther brak uit het toenmalig gesloten geloofssysteem van het heersende kerkelijke gezag. Bij deze bevrijding werd hij geïnspireerd door zijn claim, dat de Schrift en het geweten voorrang verdienden. Die bewees hoe krachtig zijn geloofsdaad was.

In 1521 moest hij op de rijksdag te Worms tweemaal voor de keizer verschijnen. Hij werd onder druk gezet om zijn stellingen te herroepen. Bij de tweede keer weigerde hij met de woorden:

‘Als ik niet door het getuigenis van de Heilige Schrift of door de evidente rede overwonnen wordt – want ik ben niet bereid zonder meer paus of concilies te geloven, omdat het vaststaat dat zij herhaaldelijk gedwaald hebben en zelfs in conflict met elkaar zijn gekomen – dan ben ik overwonnen door de Schrift, waarop ik mij beroepen heb en mijn geweten is gevangen in het Woord van God. Herroepen kan en wil ik niet, want het is gevaarlijk en onjuist om iets tegen het geweten in te doen. God helpe mij. Amen!

Niet de beroemde, maar nooit door Luther uitgesproken woorden ‘hier sta ik en ik kan niet anders!’ verdienen de aandacht van bijbellezers. Dat doen echter zijn overgave aan het ‘getuigenis van de Heilige Schrift en de evidente rede’. Volgens Van Dale betekent deze laatste woordgroep, dat de aangevoerde argumenten voor het verstand zeer duidelijk moeten zijn en geen verder bewijs behoeven. Op grond daarvan zwichtte hij niet voor de megadruk, die op hem vanuit Rome werd uitgeoefend, noch voor de aanwezigheid van de keizer. De vraag is of huidige bijbellezers – geïnterpelleerd door Luther – het gevoel hebben, dat zij hun persoonlijk geloof, conform hun geweten binnen de samenleving en binnen hun eventuele kerk, vrij kunnen beleven en uiten.

 

  1. Luthers geloof gaat met het verstand gepaard

Luther onderwierp zich aan de Bijbel en aan het redelijke verstand. Geloof en verstand gingen voor hem dus samen en daarmee wees hij een fundamentalistisch geloof van de hand. Het lijkt correct om te stellen dat – dankzij Luther en andere hervormers – het christendom zich van een zekere kindertijd in de Middeleeuwen heeft kunnen bevrijden. Dat het zich tot een zekere volwassenheid heeft kunnen ontwikkelen. Dat ging echter niet zonder problemen.

 

Zo moesten Galileo en Kepler ervaren, dat hun inzichten omtrent de werkelijkheid door de kerkelijke gezagsdragers als dwalingen werden bestempeld. Zij stemden zogezegd niet overeen met de toenmalige kerkleer. Wat is er toch mis mee als lezers de Bijbel kritisch aan de hand van wetenschappelijke methoden bestuderen? Ligt het nu echt niet voor de hand dat zij – in Luthers kielzog – bijbelteksten kunnen leren lezen in het besef, dat er – historisch, geografisch, sociaal, cultureel en religieus – een grote afstand bestaat tussen de wereld van de Bijbel en de huidige voorstellingen en vaststellingen? Luther drong erop aan, dat ook leken de inhoud van de theologische geloofspunten zouden begrijpen. Dat was in tegenstelling tot het toenmalige hardnekkige katholicisme, dat van leken een blind geloof in de clerus van de kerken eiste.

 

Niet zelden steekt onder christenen ook in deze tijd de slogan de kop op, dat bijbellezers gewoon ‘als kinderen’ moeten worden. Dus gewoon naïef gelovig aanvaarden en de bijbelteksten letterlijk nemen zonder rekening te houden met hun eigenlijke betekenis en bedoeling. Dat is een merkwaardige opvatting, omdat kinderen met hun aanhoudende waaromvragen juist bewijzen een grote honger hebben om te kennen en het weten.

 

Luther legde, net zoals Jezus dat deed, de nadruk op het begrijpen en op het verstand. Toen een schriftgeleerde Jezus naar het belangrijkste gebod vroeg, begon hij met het Sjema` Jīśrāēl (d.i. Hoor Israël) en vervolgde met het eerste gebod:

 

‘Gij zult JHWH, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand en met geheel uw kracht.’                               – Marcus 12:30 NBG

 

Het valt bijbelvaste lezers mogelijk op, dat Jezus hier ‘met heel uw verstand’ zegt, terwijl dat bij Mozes’ tekst ontbreekt:

 

‘Gij zult JHWH, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.’                   – Deuteronomium 6:5 NBG

 

Voegde Jezus deze woordgroep – met heel uw verstand – toe, hoewel hij eerder in zijn leerrede zijn leerlingen voorhield dat de thora volstrekt  intact moest blijven? Of schoof de evangelist Marcus deze  ter verduidelijking in? In het Hebreeuwse denken fungeerde het hart – net zoals bij Grieken en Romeinen – als een orgaan, waarin gevoelens en verlangen een plaats vonden. In het Oude Israël en in de joodse gemeenschap echter – waar Jezus deel van uitmaakte – was de belangrijkste functie van het hart echter die van het denken en van de wil. Men dacht daarbij dan aan eigenschappen zoals het kennen, het intellect, het geheugen, de rede, het inzicht en de vaardigheden van onderscheid maken, nadenken en overwegen. Blijkbaar achtte de evangelist zijn verduidelijkende toevoeging ‘met heel uw verstand’ noodzakelijk, zodat zijn Grieksprekende lezers zouden begrijpen wat Jezus precies onder God liefhebben verstond. Marcus eindigt het tekstgedeelte met de opmerking, dat Jezus zag dat de schriftgeleerde ‘verstandig’ had geantwoord (12:34).

 

In dit kader van de relatie tussen geloof en verstand  deed Jezus wel meer een beroep op de logica, het gezonde verstand en het begrijpen van zijn leerlingen. Reageerde hij na de tweede broodvermenigvuldiging naar zijn leerlingen toe niet met: ‘Begrijpen jullie het dan nog niet?’ (Marcus 8:17)? Hij klonk gefrustreerd, omdat de feiten tijdens de twee vermenigvuldigingen zó voor zich spraken. Zei hij ook niet tegen de Emmaüsgangers: ‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip …? (Lucas 24:25). Ook Petrus en Paulus benadrukten het gebruik van het verstand, toen zij respectievelijk zeiden: ‘omgordt dus de lendenen van uw verstand, weest nuchter’ (1 Petrus 1:13 NBG) en ‘wordt volwassen in het verstand’ (1 Korintiërs 14:20 NBG).

 

Uit een in 2011 door het Gallup – een Amerikaans onafhankelijk marketingonderzoek en adviesbureau dat vooral bekend is door zijn opiniepeilingen – uitgevoerd onderzoek, blijkt dat drie op tien (!) Amerikanen de Bijbel woord-voor-woord letterlijk interpreteren. Voor hen lijkt het werk van bijbelwetenschappers dus van geen belang. Uiteraard kunnen wetenschappers geen absolute waarheden verkondigen. Hoewel die noodzakelijkerwijs begrensd zijn, zijn ze meestal voldoende overtuigend en valt er meestal wel een logische samenhang te ontwaren. Zoeken vertegenwoordigers van de rechtervleugel binnen het christendom elkaars geborgenheid op? Uit angst om geliefde geloofsvoorstellingen bij te moeten stellen? Waarom zouden bijbellezers bang moeten zijn? Paulus spoort met zijn ‘onderzoek alle dingen en behoudt het goede’ zijn lezers in Tessalonica toch aan om geen angst te hebben (1 Tessalonicenzen 5:21).

 

Sociale media bezorgen hun bezoekers een grote hoeveelheid uitlatingen, beweringen, betogen en video’s van dominees en lekensprekers. Het is maar de vraag hoeveel van hun christelijke aanhangers fungeren op grond van de evidente rede, zoals Luther dat passievol propageerde. Theologisch op zoek gaan komt er steeds minder aan te pas. Ter verdediging wordt dan nog al eens Petrus’ oproep aangehaald om een priesterschap van gelovigen uit te leven (1 Petrus 2:5). Hij spoort al zijn lezers aan om als priesters in de samenleving te functioneren. Hoewel in het oude Israël de kennis en het onderwijs van thora het terrein was van de priesters, betekent dat nog niet dat christenen – die dit priesterschap voor zichzelf claimen – daarom in staat zijn de Heilige Schrift zonder meer correct te begrijpen en bovendien nog adequaat te kunnen uitleggen.

 

Het is echt zorgwekkend dat sociale media hun bezoekers soms ongefilterde informaties en foute en … alternatieve waarheden voorschotelen! Het gebeurt daarbij dat sommige van die populaire lekenevangelisten – om slechts een voorbeeld te noemen – zeer geringschattend over joden spreken en de holocaust zelfs in verband brengen met zogenaamde geheime plannen van Jezuïeten en vrijmetselaars om de joodse staat van Israël op te richten! Hoewel dergelijke presentaties christelijk aandoen, zijn ze gevoed door antisemitisme en antijudaïsme. Gelukkig maar dat diverse kerkelijke overheden in Europa dergelijke uitspraken rechttoe rechtaan veroordelen.

 

Mogen leken dan – als het om de Bijbel gaat – niet meedenken en niet hun zegje doen in geloofszaken? Uiteraard wel en dat is maar gelukkig ook. Luther pleitte juist tegen het onmondig houden van  leken door de Kerk! Bevrijd van Rome en haar priesters roept hij in 1524 passioneel uit:

‘Laat ons toch eindelijk eens ons verstand gebruiken!‘

 

Luther was een geestesgenoot van de humanisten, die de mens beschouwden als begiftigd met de rede. Hij was het daarmee volledig eens en beschouwde de rede als een echt geschenk van God. Volgens hem bestaat er echter een duidelijk onderscheid tussen de rede van de niet-gelovige en die van de gelovige. Hoewel hij vond dat de niet-gelovige in staat was tot een wetenschappelijk verstand, was hij van mening dat hij of zij het Woord Gods niet kon begrijpen. De gelovige daarentegen – die Jezus Christus heeft aanvaard en zich door de heilige Geest laat verlichten – kan nog steeds volgens de hervormer de Heilige Schrift correct en geestelijk begrijpen. Dit ontslaat deze gelovige echter niet – zoals Luther passioneel betoogde – van een grondige en verantwoorde studie van de Bijbel. Geloof en verstand gaan voor hem dus hand in hand.

 

  1. Luthers passievolle liefde om de Bijbel te vertalen

Na zijn ontdekking van Gods genade in de Bijbel en de bevrijding, die hij daardoor ervoer, voelde Martin Luther de drijfveer om de Bijbel vanuit de brontalen te vertalen en dat voor alle mensen én in de taal van de gewone man! Een duidelijke zaak van geloof en liefde. Luther vertaalde de Bijbel voor heel het volk.

 

Luther vertaalde de Bijbel

Door de studie van de Bijbel bevrijd, wilde Martin Luther die bevrijding delen met alle sociale klassen van het volk. Daarom vertaalde hij de Bijbel – niet vanuit de Latijnse Vulgaatvertaling, maar vanuit de oorspronkelijk brontalen Hebreeuws, Aramees en Grieks – in de gewone Duitse taal, zodat iedereen erin kon lezen. Zo konden zij beoordelen of het juist was wat hun voorgangers op de kansel verkondigden. Met dat doel voor ogen koos hij woorden, die huismoeders, straatkinderen en mensen op het marktplein spraken.

 

Luther wilde hard studeren en scherp inzicht verwerven in de betekenis van de tekst. Dat was hij naar zijn zeggen aan de Schrift verplicht, omdat de waarheid in de tekst verscholen zit om daarin gevonden te worden. Zo stuurde hij aan op het ‘intelligent lezen van de Bijbel’ volgens de kenmerkende principes van de bijbelverhalen en andere teksten. Voor hem was de waarheid niet altijd het letterlijke dát er staat, maar waarheid is de betekenis van wát er staat. Bovendien is het volgens zijn zeggen het getuigenis van de Heilige Geest, dat de mens toebereidt tot het werkelijke begrijpen. Dat ontslaat hem echter niet van de plicht om de tekst talig (of grammaticaal) en literair tot op de bodem te doorgronden.

 

Volgens de hervormer wordt de tekst, dankzij het goed kennen van de taal en van de literair-theologische plaats in het geheel van de bijbelse verkondiging, bevrijd om zijn eigenlijke werk aan mensen te kunnen doen. Vol ontzag wilde hij de grote afstand tussen de tekst en de mensen overbruggen. Naast dit vertalen en begrijpen van de Heilige Schrift, wierp de hervormer zich dan ook op als de uitlegger ervan. Velen weten niet dat Luther de Bijbel consequent doorlopend van begin tot eind las. Hij bediende zich dus van een lectio continua van Genesis tot en met Openbaring. Vol eerbied wilde hij door zijn uitleg van de Bijbel Gods bevrijdende boodschap in Jezus-Christus laten doorklinken.

 

De hervormer meende dat men niet zómaar in de Schrift mocht hineinplumpen, zoals ‘een boer dat in zijn laarzen doet’. Juist uit eerbied voor hem wiens openbaring in heel concrete vorm tot mensen in hun tijd kwam, moet er heel zorgvuldig met die woorden worden omgegaan. Ze moeten concreet worden in het werkelijke leven van mensen. Zo kunnen zij niet hun tegendeel bewerken en vermijden ze te kwetsen en daarmee God in de medemensen oneer te bewijzen.

 

Naast dit harde werk onderstreepte Luther de ‘helderheid van de Schrift’: ‘wie zich door haar werkelijk laat gezeggen, kan de grote lijn van dat getuigenis niet missen’. Enerzijds wilde hij uit alle macht mensen bevrijden van het kerkelijke gezag en van de traditie. Anderzijds ook van dwepers en van fundamentalisten, die de Schrift ‘letterlijk nemen’ en dan denken, dat zij ermee kunnen doen wat zij maar willen.

 

Bijbelvertalingen

In de geest en in het voetspoor van Martin Luther zetten bijbelgenootschappen in heel wat landen in de wereld zich in – al zullen zij daarbij mogelijk niet beseffen dat zij dit aan deze hervormer te danken hebben – om de Bijbel voor alle mensen toegankelijk te maken. De nationale bijbelgenootschappen staan werkelijk garant voor kwaliteitsvertalingen. Voor Nederland en Vlaanderen is dat het Nederlands Vlaams Bijbelgenootschap. Bijbelvertalingen bewegen zich tussen twee polen. Enerzijds is er de nadruk op de Hebreeuwse, Aramese en Griekse bronteksten en anderzijds op een verstaanbaar, eigentijds en soepel Nederlands. Sommige van die vertalingen streven een evenwicht tussen beide na. Bij de beoordeling ervan moet telkens geïnformeerd worden naar de vertaalprincipes en -methoden, waarop bijbelvertalingen gebaseerd zijn: zo letterlijk (of concordant) mogelijk of zo begrijpelijk (of equivalent) mogelijk.

 

De Nieuwe Bijbelvertaling van 2004 probeert de Bijbel als een begrijpelijk boek te brengen, omdat er nog geen vertaling was, die algemeen als kerkbijbel kon functioneren. Er bestond vanwege het verouderde taalgebruik van de NBG-vertaling 1951 een grote vraag naar een bijbelvertaling in hedendaags Nederlands voor kerkelijk gebruik. Het bood de kans dat de nieuwste inzichten qua bijbelwetenschap, taalwetenschap en vertaalwetenschap goed tot hun recht komen. Deze vertaling met zijn 12.000 woorden – die binnen de Nederlandstalige literatuur normaliter worden gebruikt om een kwaliteitsvolle tekst te garanderen – had als dubbelvereiste: brontaalgetrouw en tegelijk doeltaalgericht te zijn.

De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) is bovendien een interconfessionele vertaling, waarbij meer dan twintig kerken en geloofsgemeenschappen hun bijdrage hebben geleverd. Naast protestantse kerken en de rooms-katholieke kerk was ook de joodse gemeenschap bij het vertaalproject betrokken. Uiteraard is er ook kritiek op te horen en in een aantal gevallen terecht. Soms wordt er echter – vooral uit de rechtse hoek van de kerken – verontwaardigd met de Textus Receptus gezwaaid alsof dat absoluut de enige Griekse Tekst van het Nieuwe Testament zou zijn, waaruit men had moeten vertalen. Die Textus Receptus was de best mogelijke tekst, die Erasmus en in de 17de eeuw de Statenvertalers in hun tijd ter beschikking hadden. In de afgelopen vier eeuwen zijn er echter veel oudere handschriften ontdekt. Bijgevolg staan die om te vertalen veel dichter bij de oorspronkelijke bijbeltekst dan de manuscripten waarop de Statenvertaling (1637) is gestoeld.

De Nieuwe Bijbelvertaling blijkt intussen een groot succes. Sinds het uitkomen ervan in 2004 is deze anderhalf miljoen keer over de toonbank gegaan. Bovendien is zij verkozen tot het belangrijkste Nederlandstalige boek in 2016. Het liet onder meer het dagboek Het Achterhuis van Anne Frank en het fantasy-epos In de ban van de ring van J.R.R. Tolkien achter zich. Desondanks wordt er toch aan een herziening van die Nieuwe Bijbelvertaling gewerkt en dat o.a. op grond van ingezonden opmerkingen. Deze herziening zal – indien alles volgens plan verloopt – in 2021 het licht zien.

 

In oktober 2014 kwam de Bijbel in Gewone Taal (BGT) uit. Hij was het resultaat van zeven jaar werken door een team van deskundigen op het terrein van de bijbelse talen en het Nederlands. De eerste groep bestond uit specialisten in het Hebreeuws, Aramees en Grieks. Zij werkten in koppels van een brontekstkenner en een neerlandicus. Bovendien waren zij allen getraind in het gebruik van de gewone taal, die zich volgens taalonderzoeken bedient van 4.000 woorden. Gewone taal is duidelijk en direct en wordt dagelijks gebruikt door alle mensen in het Nederlandse taalgebied. Het ligt voor de hand dat deze gereduceerde woordenschat niet alle nuances van de brontalen kan weergeven. De praktijk toont echter aan dat de essentie van wat er in teksten van de Bijbel staat, makkelijk wordt begrepen en vooral direct bij de lezers van de Bijbel in Gewone Taal  binnenkomt.

Zo beantwoorden de Nieuwe Bijbelvertaling (van 2004 en daarna die van 2021) en de Bijbel in Gewone Taal (van 2014) aan Luthers ideaal om de Bijbel dichtbij mensen te brengen. De Bijbel dichtbij is tevens het motto van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.

Ter afronding

De enorme inzet van Martin Luther op het vlak van het vertalen en het uitleggen van de Bijbel resulteerde in een bevrijdende boodschap op verschillende niveaus:

  • Ten eerste stelde hij dat de Bijbel leert dat Gods liefde aan ieder mens wordt geschonken. Die liefde ontlast gewetens en doet vreugde ontstaan. Het vormt een woord van genade, een goed woord dat goed doet;

 

  • In de tweede plaats leerde hij bijbellezers dat zij zich op geloofsvlak kunnen bevrijden van elk sturend, dwingend en voorschrijvend kerkelijk gezag. Daarnaast ook dat zij zich niet hoeven te laten voorschrijven wat zij precies dienen te geloven. Zij kunnen loyaal blijven aan hun kerkgemeenschap en tegelijkertijd weigeren om als onmondige mensen te worden behandeld!

 

  • Ten derde nodigde Luther hen uit om de Bijbel in zijn geheel te lezen in een lectio continua en dit met verstand te doen om hem te begrijpen en ervan te getuigen. Hij spoorde met klem aan om niet te vervallen in een fundamentalistisch geloof dat een ‘letterlijk lezen en verstaan’ van de Bijbel oplegt. Als bijbellezers een sterk fundamenteel geloof hebben – zoals Luther dat had – dan zijn zij niet vatbaar voor fundamentalistische tendensen en geven zij hun vrijheid van geloof, denken en geweten niet op;

 

  • In de vierde plaats daagde hij bijbellezers uit om – zoals hijzelf dat deed – op de barricaden te staan voor de vrijheid van geweten en van geloofsovertuiging en dat niet alleen binnen de samenleving, maar ook binnen de eigen kerkgemeenschap;

 

  • Ten vijfde nodigde hij bijbellezers uit om authentieke leerlingen van Jezus te zijn. Dat was hij zelf zeker ook. Jammer genoeg hield hij er een aantal verwerpelijke standpunten op na, zoals vooral ten aanzien van het joodse volk.

 

  • En ten zesde kunnen bijbellezers hem dankbaar zijn dat hij het initiatief nam om de Bijbel te vertalen voor gewone mensen. Daardoor kreeg hij in vele landen navolgers en dit voornamelijk via de bijbelgenootschappen, die niet ophouden om met veel expertise de Bijbel zo toegankelijk mogelijk te maken en hem dichtbij mensen te brengen.

 

Wordt vervolgd

error: Alert: Content is protected !!