1.1.4 Jezus en Johannes de Doper

Kennismaken met twee mannen die mensen aanzetten om voor God te kiezen en hem koning in hun leven te laten zijn.

Inleiding
De hele tweede helft van de 20ste eeuw was de Amerikaanse evangelist Billy Graham (1918-2018) in staat voetbalstadions te doen vollopen. Met zijn Bijbel in de hand maakte hij een enorme indruk op zijn publiek en kon hij met zijn uitzonderlijke gave de gevoelige snaar van mensen raken. Aan het eind van elke meeting slaagde Graham erin honderden mensen naar voren te laten komen om voor Christus te kiezen. Daar voor de grote podia hebben in de loop der jaren tienduizenden, ja zelfs honderdduizenden gekozen een nieuw leven te beginnen. Volgens zijn staf zou ruim drie miljoen mensen dankzij zijn toespraken Jezus als hun persoonlijke verlosser hebben aangenomen. Hij zou het evangelie aan meer mensen hebben gepredikt dan wie dan ook in de hele kerkgeschiedenis.

Fascinerende figuur

1 In die tijd trad Johannes de Doper op in de woestijn van Judea. Hij verkondigde: 2 ‘Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!’ 3 Dit was de man over wie de profeet Jesaja sprak toen hij zei: ‘Luid klinkt een stem in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden.”’ 4 Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij voedde zich met sprinkhanen en wilde honing. 5 Uit Jeruzalem, uit heel Judea en uit de omgeving van de Jordaan stroomden de mensen toe, 6 en ze lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden – Matteüs 3:1-6

Johannes de Doper moet heel wat indruk hebben gemaakt op zijn volksgenoten. Hij zag er wat zonderling uit. Gehuld in een kleed van kameelhaar en een gordel om zijn heupen. In die tijd de kleding van de allerarmsten in Palestina. Hij woonde mogelijk in een tentje aan de rand van de woestijn of ergens tussen de rotsen van het woeste gebied aan de overkant van de Jordaan in het huidige Jordanië. Zijn volgelingen en andere mensen die hem zagen eten wisten te vertellen dat hij leefde van wilde honing en van sprinkhanen. Bijbelkenners discussiëren erover of het wel echte sprinkhanen waren.

Bijzonder, fascinerend, indrukwekkend, ontzag inboezemend waren de woorden die bij hem pasten. Dat hij niet onopgemerkt bleef bleek uit de stromen van mensen die naar hem toe kwamen. Toch waren dit niet zomaar de verschoppelingen en geminachten van de toenmalige maatschappij die hun heil bij de Doper kwamen zoeken. Ook veel Farizeeën en Sadduceeën kon men onder zijn gehoor aantreffen.

Johannes was groots, niet van afkomst, opleiding of verschijning maar vanwege zijn boodschap. Mensen voelden ergens aan dat deze niet van hem zelf kwam. Er was iets met deze man waar ze niet omheen konden. Zij hielden hem voor een profeet, als iemand die door God was gestuurd. En zo vatte Johannes zijn opdracht ook op. Hij riep de bevolking tot bekering op en vermaande de mensen zonder veel omwegen. Zijn rechttoe rechtaan opmerkingen logen er niet om.

Indringende boodschap

3 Daar ging Johannes in de omgeving van de Jordaan verkondigen dat de mensen zich moesten laten dopen en tot inkeer moesten komen, om zo vergeving van zonden te verkrijgen – Lucas 3:3

Met het ‘tot inkeer komen’ bedoelde Johannes dat de mensen een omkeer in hun leven moesten maken. Het kwam erop neer dat zij spijt dienden te hebben van hun fouten en zich dan in het publiek moesten laten dopen. Door die omkeer samen met de daarmee verbonden volledige onderdompeling in de Jordaan kregen zij dan vergeving van hun zonden. Vanaf dat moment moesten zij wel bereid zijn om hun mentaliteit en hun gedrag te veranderen.

10 De mensen vroegen hem: ‘Wat moeten we dan doen?’ 11 Hij antwoordde: ‘Wie twee stel onderkleren heeft, moet delen met wie er geen heeft, en wie eten heeft moet hetzelfde doen.’ 12 Er kwamen ook tollenaars om zich te laten dopen, en die vroegen hem: ‘Meester, wat moeten wij doen?’ 13 Hij zei tegen hen: ‘Vorder niet meer dan wat jullie is opgedragen.’ 14 Ook soldaten kwamen hem vragen: ‘En wij, wat moeten wij doen?’ Tegen hen zei hij: ‘Jullie mogen niemand afpersen en je ook niet laten omkopen, neem genoegen met je soldij’ – Lucas 3:11-14

Hij verwachtte van de gedoopte mensen dat zij een begin zouden maken met het ‘voortbrengen van goede vruchten’. Dat was nogal wat: je bezit delen, alleen nemen waar je recht op had en gelukkig zijn met wat je had. In feite schreef de Doper de naar hem toegestroomde mensen gedrag voor zoals de thora dat leerde. Voor zijn toehoorders betekende het dat zij met God als hun koning in zee zouden gaan met een mentaliteitswijziging tot gevolg. op. Johannes stond erop dat die bekering of beter omkeer duidelijk moest blijken uit een andere manier van leven.

Johannes’ twijfel

2 Toen Johannes in de gevangenis over het optreden van de messias hoorde, stuurde hij enkele van zijn leerlingen naar hem toe 3 met de vraag: ‘Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?’ – Matteüs 11:2-3.

Waar Jezus zich bevond toen Johannes’ leerlingen met deze vraag van hun meester kwamen aanzetten is niet bekend maar wel dat hij ergens aan het lesgeven en prediken was. Het was een vraag die er niet om loog. Minder direct kon het toch moeilijk: ‘Ben jij de messias? Ja of nee?’ Johannes zat in de gevangenis en werd regelmatig op de hoogte gebracht van de activiteiten van de man die hij in de Jordaan had gedoopt. Terwijl hij er zelf rotsvast overtuigd van was de wegbereider van de messias te zijn kon hij het toch allemaal niet zo goed meer volgen. Hij wist uit ervaring dat hij zelf door Israëls God gezonden was. Dat bleek uit de massa’s mensen die naar hem toe kwamen en die aan zijn oproep gehoorgaven om God opnieuw koning in hun leven te laten zijn. Was er bij hem twijfel gerezen nu hij niet van een gewelddadig optreden van zijn opvolger hoorde? Hij had het toegestroomde volk toch rechttoe rechtaan aangesproken en Gods oordeel in het vooruitzicht gesteld. Dat had hij gedaan in bijzonder krasse en harde bewoordingen.

10 De bijl ligt al aan de wortel van de boom: iedere boom die geen goede vrucht draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. 11 Ik doop jullie met water ten teken van jullie nieuwe leven, maar na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om zijn sandalen voor hem te dragen. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur; 12 hij houdt de wan in zijn hand, hij zal zijn dorsvloer reinigen en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal hij verbranden in onblusbaar vuur’ – Matteüs 3:5-12

Hij zat er blijkbaar op te wachten dat zijn opvolger voor vonken zou zorgen! Dat die de harde lijn van zuivering zou doorzetten en een begin zou maken om met het volk de strijd tegen de bezetter in te zetten, het volk bevrijden zodat Israëls onafhankelijk koninkrijk opnieuw zou worden opgericht. En dan zou Gods oordeel kunnen plaatsvinden. Maar dat soort berichten kreeg er niet! Had hij zich in zijn zending vergist? Was hijzelf dan toch niet de voorbereider Elia? En daar in de sombere gevangenis van Machaerus waar Herodes van Galilea hem had opgesloten, groeide de twijfel met de dag.

Een andere invulling
Johannes en Jezus verkondigden immers identiek dezelfde boodschap aan het Joodse volk!

1 In die tijd trad Johannes de Doper op in de woestijn van Judea. Hij verkondigde: 2 ‘Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!’ – Matteüs 3:1-2

17 Vanaf dat moment begon Jezus zijn verkondiging. ‘Kom tot inkeer,’ zei hij, ‘want het koninkrijk van de hemel is nabij!’ – Matteüs 4:17

Blijkbaar kon Johannes de berichten over Jezus niet plaatsen. Hijzelf verwachtte dat diegene die naast hem zou komen het begin van het oordeel zou inzetten. Maar dat bleek niet de invulling die Jezus voor het volk voor ogen had. Hij antwoordde niet met lange volzinnen en hij maakte hij geen gebruik van uitgebalanceerde argumenten. Hij was ook niet verontwaardigd over de twijfel van de man die hij zelf bewonderde. De doop die hij van de Doper had ondergaan was een keerpunt in zijn eigen leven geworden. Hij was hem beslist dankbaar en had zonder twijfel ook veel genegenheid voor hem. Uit zijn antwoord konden Johannes’ leerlingen echter opmaken dat Jezus zeker niet met vuur te werk zou gaan zoals de Doper meende:

4 Jezus antwoordde: ‘Zeg tegen Johannes wat jullie horen en zien: 5 blinden kunnen weer zien en verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt. 6 Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot neemt’ – Matteüs 11:4-6.

Jezus somde zes weldaden op maar vergat (opzettelijk?) het uitdrijven van boze geesten erbij te vermelden? Samen karakteriseerden zij de aard van zijn zending te midden van het volk. In plaats van er zeven te noemen eindigde hij met een lichte maar duidelijke hint voor de Doper. Hij zei als het ware: ‘Erger jij je nu maar niet aan mij Johannes. Dat doen er al genoeg. Vertrouw gewoon op wat de mensen zien en ervaren en … wat jij erover hoort. Dan zul je blij zijn dat je inderdaad de wegbereider was’.

Kijk naar mijn daden, wilde Jezus zeggen. ‘t Ging niet om mooie preken en veel woorden maar om daden. Niet om een gewelddadige actie maar een geweldige actie. Hij had ook kunnen zeggen dat Johannes de boekrol van Jesaja er nog maar eens op na moest lezen. Daar stond het allemaal precies in. Geen messias die naar de wapenen zou grijpen en met donder en bliksem alle ongelovigen zou straffen. Integendeel een messias die de mensen gelukkig zou komen maken en het messiaanse vredesrijk zou oprichten.

1 De geest van God, de HEER, rust op mij, want de HEER heeft mij gezalfd.
Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden,
om aan verslagen harten hoop te bieden,
om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan geketenden hun bevrijding,
2 om een genadejaar van de HEER uit te roepen … – Jesaja 61:1-2a.

Johannes, meer dan een profeet
Toen Johannes’ boodschappers naar Machaerus waren vertrokken om dit aan hun meester in de gevangenis te vertellen, sprak Jezus tot zijn eigen leerlingen vol lof over zijn voorganger.

7 …‘Waar zijn jullie in de woestijn naar gaan kijken? Naar het wuiven van het riet in de wind? 8 Wat zijn jullie dan gaan zien? Een mens die rijk gekleed ging? Welnee, wie rijk gekleed is, verkeert in koninklijke kringen. 9 Maar wat zijn jullie dan wel gaan zien? Een profeet? Jazeker, zeg ik jullie, en zelfs meer dan een profeet. 10 Hij is degene over wie geschreven staat: “Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal een weg voor je banen.” 11 Ik verzeker jullie: er is onder allen die uit een vrouw geboren zijn nooit iemand opgetreden die groter was dan Johannes de Doper; maar in het koninkrijk van de hemel is de kleinste nog groter dan hij … 14 En voor wie het wil aannemen: hij is Elia die komen zou – Matteüs 11:7-11, 14.

Een prachtiger beoordeling kon men zich nauwelijks indenken. Hij zei heel duidelijk dat Johannes de verwachte Elia was die de weg voor de messias was komen voorbereiden. Dát was de kroon op het werk en het leven van de Doper! Hij moest niet denken dat het allemaal voor niets was geweest. Johannes had zijn taak volbracht! Hij was een profeet. De geschiedenis van Israël heeft zijn grote profeten gekend: de allereerste schriftprofeet Amos als fervente voorvechter van sociale gerechtigheid, Hosea als militante aanvaller van de afgodendienst, Jesaja als tegenspreker van de koning van Juda en Jeremia als de onwankelbare getuige die in de tempel tegen alle stroom in moest gaan. Zij allen verdienden het etiket van ‘grote profeet’.

Johannes was echter meer dan een profeet. Hij was … Elia! Hij was groots. Niet om zijn persoonlijke rechtvaardigheid maar om de door hem volbrachte zending. Hij toonde overeenkomsten vanwege Elia’s energieke zending in het oude Israël. Diens wonderlijke opname in een vurige wagen had zo’n diepe indruk nagelaten op de latere generaties van Israëlieten dat hij een legendarische figuur was geworden. Men geloofde dan ook onomwonden dat hij zou terugkeren om de weg van de messias voor te bereiden. Dat had immers de profeet Maleachi voorspeld:

22 Houd je aan het onderricht van Mozes, mijn dienaar, aan wie ik op de Horeb regels en wetten heb gegeven die gelden voor heel Israël. 23 Voordat de dag van de HEER aanbreekt, die groot is en ontzagwekkend, stuur ik jullie de profeet Elia, 24 en hij zal ervoor zorgen dat ouders zich verzoenen met hun kinderen en kinderen zich verzoenen met hun ouders. Anders zou ik het land volledig moeten vernietigen – Maleachi 4:5-6

En dat was nu precies wat Johannes had proberen te doen: de hele natie van Israël terug tot God te brengen om zich voor te bereiden op de komst van de messias. De Doper wilde mensen aanzetten tot bekering en tot het leiden van een rechtvaardig leven overeenkomstig de thorarichtlijnen van medemenselijkheid. De verwachte messias zou immers bij zijn komst mensen willen aantreffen die niet alleen maar ‘in naam’ tot inkeer waren gekomen. Het moesten dan mensen zijn die hun inkeer door hun thoragedrag zouden bewijzen. Zou aan die voorwaarden niet voldaan zijn dan zouden zij met het oordeel te maken krijgen. Ingewikkeld was Johannes’ boodschap niet … Iedereen kon begrijpen wat hij bedoelde.

…. maar kleiner dan

11 Ik verzeker jullie: er is onder allen die uit een vrouw geboren zijn nooit iemand opgetreden die groter was dan Johannes de Doper; maar in het koninkrijk van de hemel is de kleinste nog groter dan hij – Matteüs 11:11.

Toch bleef men na Jezus’ lof voor deze grootse man met een wrange smaak in de mond zitten. De rabbi uit Nazaret gebruikte immers ook het woordje ‘maar’. Wat bedoelde hij daar in hemelsnaam mee? Kwam dit omdat Johannes, net als de grote Elia, een ogenblik van twijfelen en zwakte kende ? Na diens gewelddadige optreden op de berg Karmel, waar hij honderden Baal- en Astartepriesters had laten ombrengen, rende hij angstig en ten einde raad de woestijn in omdat koningin Izebel hem met de dood had bedreigd. Haar man koning Achab kon niet op tegen deze op wraak beluste vrouw. Ondanks de overduidelijke bewijzen van Gods nabijheid en diens machtige werken op de Karmel, ontzonk hem de moed. Hij smeekte God om te mogen sterven.

3 Elia werd bang en vluchtte om zijn leven te redden. Bij Berseba in Juda aangekomen liet hij zijn knecht achter 4 en zelf trok hij één dagreis ver de woestijn in. Daar ging hij onder een bremstruik zitten, verlangend naar de dood, en zei: ‘Het is genoeg geweest, HEER. Neem mijn leven, want ik ben niet beter dan mijn voorouders’ – 1 Koningen 19:3-5.

Zoveel eeuwen later zat Johannes in de kerker. De vrouw van Herodes Antipas Herodias had het op hem gemunt! Zijn leven hing aan een zijden draadje want haar man kon niet echt tegen haar op. Intussen bleven de grote daden van God waarmee Johannes een aanvang had gemaakt doorgaan. Hij hoorde erover maar … zij leken hem niet in het verlengde van zijn eigen werk te liggen. De mensen waren wel vol van Jezus’ optreden. Hij leek de zaken echter heel anders aan te pakken dan dat hij als voorbereider dat had gedaan. En daarom kwam hij tot die vraag: ‘Is deze door mij gedoopte Jezus werkelijk door God gestuurd?’ De eens zo grote Johannes twijfelde over die gewijzigde richting. Reden om hem de kleinste in het Gods koninkrijk te noemen? Wie weet? Of was het omdat hij zelf nooit een leerling van Jezus was geworden? De eerste optie snijdt mogelijk het meeste hout.

Jezus bleek de mensen immers niet zozeer op te roepen om zich voor te bereiden op Gods oordeel maar om het goede nieuws van Gods vergevende liefde te omhelzen. Door zijn genezende en bevrijdende woorden en handelingen bewees Jezus dat God hun geluk op het oog had. Zij hoefden dus niet bang te zijn voor Gods oordeel – iets waarop Johannes zo fors de nadruk legde – want zij kregen juist integendeel toegang tot ‘Gods koninkrijk’. Een uitdrukking die niet naar een land of natie verwees maar naar een gemeenschap van gelovigen verwees waarin zij Gods liefdevolle heerschappij konden concretiseren. Die liefdesdimensie leek bij Johannes te ontbreken. De titels van ‘meer dan een profeet, van Elia’ die hij van Jezus kreeg verdiende hij ten volle. In zijn taak was Johannes niet te kort geschoten. Integendeel want hij had in de geest van Elia veel volksgenoten ervan bewust gemaakt dat zij een verandering in hun leven moesten aanbrengen. En zodoende had hij het terrein voor Jezus voorbereid en werden zij ontvankelijk voor diens verkondiging en bevrijdende optreden.

Ter afronding
Mensen als Johannes de Doper en Billy Graham waren inderdaad op hun plaats. De Doper riep mensen van allerlei slag tot bekering op maar hij stichtte geen nieuwe godsdienst. Hij spoorde hen aan om opnieuw in een relatie met Israëls God te treden. Billy Graham deed eigenlijk hetzelfde: hij bracht mensen tot Jezus maar spoorde hen niet aan om tot zijn eigen kerk toe te treden. Beiden brachten alle mogelijke mensen van tot nadenken over hun relatie met God. Beiden beseften dat daarvoor een doelbewuste keuze en een mentaliteitsverandering nodig waren.

error: Alert: Content is protected !!