4-Griekse testament4.3-VerdiepenJohannes

4.3.15 De proloog deel 14 – Het Woord als echo van de Wijsheid 2a

Inleiding

In de vorige bijdrage (deel 13) werd achterhaald, dat Johannes’ proloog op verschillende punten de indruk wekt een weerklank te zijn van teksten in de boekrol Spreuken. Die teksten (3:19 en 8:22-31) gaan immers over de relatie tussen de daarin verpersoonlijkte wijsheid (hier voortaan ‘Wijsheid’) en de schepping van de wereld. Die gepersonifieerde Wijsheid krijgt een bijval in het Boek van de Wijsheid, van Jezus, de zoon van Sirach (ook Ben Sirach of Ecclesiasticus genoemd). De auteur schreef het oorspronkelijk in het Hebreeuws rond 180 v.g.j. in Jeruzalem. Later in 132 v.g.j. vertaalde diens kleinzoon het in Egypte in het Grieks. Zijn geschrift kwam niet terecht in de Hebreeuwse Bijbel, maar wel in de Griekse Bijbel (LXX). Bijgevolg zijn Katholieke, Anglicaanse en Orthodoxe gelovigen ermee vertrouwd, terwijl Protestantse en Evangelische christenen het nauwelijks of niet kennen.

Deze bijdrage gaat intensief in op de Wijsheid in twee tekstgedeelten in Sirach (1:1-10 en 24:1-34). Ze helpen de proloog van het Johannesevangelie (1:1-18) mee te duiden. Er blijkt immers – net zoals Spreuken dat doet (zie: De proloog – deel 13) – sprake te zijn van een intertekstuele relatie tussen de proloog en deze Sirach-teksten. De hieronder geciteerde Sirach-teksten komen uit The New Revised Standard (NRS), die nu en dan op grond van de Griekse brontekst zijn aangepast.

  1. De introductie van de wijsheid in Sirach 1:1-10

In de eerste verzen van hoofdstuk 1 valt Sirach m.b.t. de Wijsheid meteen met de deur in huis. Het informeert over de relatie tussen de Heer (Gr. kurios dat verwijst naar het Hebreeuwse JHWH) en de Wijsheid.

Wijsheid blijkt door de Heer vóór dingen te zijn geschapen. Zij komt dus van hem, is bij hem en hij heeft haar over zijn hele schepping uitgestort. Volgens enkele manuscripten is de bron van deze wijsheid het woord van God (Gr. logos theou) in de hoogste hemel en de wegen van haar (de wijsheid) zijn eeuwige geboden (Gr. entolai). Via dat woord sloot de Heer de hemel toe, deed hij vuur neerdalen (48:3) en wekte hij een gestorvene uit de dood op (48:5).

2. Verwantschap tussen Sirach 1:1-10 en Spreuken 8:22-31

Inhoudelijk toont het boek Sirach duidelijk gelijkenissen met gedeelten in de boekrol Spreuken en zeker als het gaat over de gepersonifieerde Wijsheid. Tussen beide merkt de lezer duidelijk een intertekstueel verband. De hierboven geciteerde teksten uit Sirach 1 komen letterlijk en of parafraserend overeen met gegevens in Spreuken 8.

3. De beeldvorming van Wijsheid in Sirach hoofdstuk 24

De lezers maken kennis met een lofdicht dat de Wijsheid over zichzelf aanheft. Net zoals in Spreuken speelt zij daarin een metaforische rol: een vrouw als gepersonifieerde Wijsheid. In 24:1-2 brengt zij die ode te midden van haar volk in de vergadering (Gr. ekklēsia) of synagoge van de Allerhoogste en in het bijzijn van diens sterkte (alias legermacht). Hoofdstuk 24 vat als het ware Sirachs leer over de Wijsheid samen. Daarin komen wijsheid, wet, profetie en tempeldienst samen.

a. oorsprong en zoektocht van de Wijsheid en haar uiteindelijke rustplaats – 24:3-12

Vrouwe Wijsheid beweert uit de mond van de Allerhoogste (God) te zijn voortgekomen (3). Of … zou men mogen zeggen ‘uit diens spreken’? Na overal te hebben gezocht, streek zij als een nevel (of mist) neer op de aarde vanuit de hoogste hemel, waar zij met haar tent verbleef. Tevergeefs zocht zij een rustplaats om er zich te vestigen. De plaatsen waar zij telkens terecht komt, identificeert zij met vier parallelle vershelften (8-12):

  • in het land van Jakob (c) // van Israël (8d);
  • in de heilige tent (10a) // op Sion (10b);
  • in de geliefde stad (11a) // namelijk Jeruzalem (11b);
  • te midden van het geëerde volk(12a)// als het deel van de Heer (12b).

Op grond van o.a. Deuteronomium 32:8-9 en 9:26 begrijpen Johannes’ synagogale lezers beide laatste woordgroepen (12 en 12b) als synoniemen:

  • ‘en ik bad tot JHWH en zei: “JHWH GOD, vernietig uw volk niet, uw erfdeel, dat u in uw grootheid hebt vrijgekocht en met uw machtige hand uit Egypte hebt geleid’ (TOB, LSG).
  • ‘Toen de Allerhoogste de volkeren hun erfdeel gaf, toen hij de mensen verdeelde, bepaalde hij het gebied van de volkeren naar het aantal zonen van Israël. Want het volk van JHWH is zijn eigendom, Jakob is zijn erfdeel. (TOB, JPS) en in de Griekse Bijbel ‘want het deel van de HEER is zijn volk, Jakob is zijn erfdeel’.

Pas toen de Heer dame Wijsheid een plaats had toegewezen, stopte haar zoeken (24:8). Dáár mocht zij haar tent neerzetten. Ook kon zij in de heilige tent de Heer dienen en was zij permanent aanwezig in Sion. Zij woonde In JHWH’s geliefde stad Jeruzalem en mocht er zelfs een gezaghebbende rol in spelen. In Jakob / Israël kon zij dus (als een boom) wortel schieten en zich settelen onder het volk, waar zij haar erfdeel vond. Het werd de basis voor haar unieke relatie met JHWH en met diens volk. Lezers dienen er steeds aan te denken dat zij uit het spreken van de Allerhoogste voortkwam (24:3).

Al met al vertelt Wijsheid haar ervaringen via drievoudige herhalingen en dus zeer nadrukkelijk:

  1. Wijsheid beroemt zichzelf (1a, 1b en 2b);
  2. Wijsheid is door God geschapen (8a en 8b) over wie zij zegt: ‘Vóór de eeuwen, in het begin, schiep hij mij, en door eeuwen zal ik niet ophouden te bestaan (9);
  3. zij is samen met haar tent (4a, 8b en 8c);
  4. zij zoekt en krijgt een plaats van rust (7a, 8b en 11a);
  5. die plaats blijkt in de geliefde stad van de Heer te zijn (11a, 11b en 12b).

b. Wijsheid en bomen, parfums, druiven, uitnodiging en aansporing – 24:13-22           

Wijsheid had haar bestemming dus in Israëls godsdienstige en politieke centrum gekregen. Sterk zet zij haar aanwezigheid met o.a. twaalf vergelijkingen (ik ben als …) in de verf (13-14; 15-16 en 17). Daarna treedt zij op als een sterk uitnodigende gastvrouw (19-22).

Deze vergelijkingen zullen bijzonder tot de verbeelding hebben gesproken van Sirachs lezers en hoorders. Als verteller-dichter presenteert ze parallels- en  groepsgewijs:

1) Zelfingenomen vergelijkt Wijsheid zich met zes bomen (ceder, cipres, palmboom, olijfboom, plataan en terebint) en rozenstruiken. Zo illustreert zij haar ‘geworteld zijn’ in Israëls samenleving (24:12). Drie keer benadrukt zij haar groeipotentieel. Ceder, plataan en palmboom kunnen immers 30 tot 40 m worden en zij verbindt ze met belangrijke locaties (nl. Libanon, Hermon, Engedi en Jericho). Als laatste boom looft zij de prachtige en sierlijke wijd uitgespreide takken van de terebint. Dat zij zich vergelijkt met bomen is zeer begrijpelijk. Hun vruchtbaarheid, stevigheid, kracht, stabiliteit en duurzaamheid werden immers in Israël bijzonder gewaardeerd.

2) Wijsheid vergelijkt zich ook nog met zeven kruiden (nl. kaneel, acanthus, kostbare mirre, galbanum, onyx en stacte en wierook). Drie keer benadrukt zij dat zij zelf hun geuren verbreidt. Niet toevallig betreft haar zevende parfum ‘de wierook in de tent van de Heer’.

3) Zij krijgt er echt niet genoeg van om zichzelf te etaleren. Voor de twaalfde vergelijking gebruikt zij immers een wijnstok die ‘charis’ voortbrengt. De woorden goedheid, vriendelijkheid en liefde komen met dit Griekse woord overeen. Van een kwalitatief hoogtepunt gesproken!  

4) Plotseling nodigt Wijsheid als een gastvrouw diegenen uit, die haar graag hebben. Zij mogen zich te goed doen aan haar prachtige en overvloedige vruchten (druiven). Van het gastronomische (zoete honing) schakelt zij over naar het cognitieve (denken) en het possessieve (bezitten). Aan Wijsheid denken en haar bezitten, overstijgt in haar optiek het concrete eten en drinken. Wie (metaforisch) van Wijsheid ‘eten en drinken’ zullen hun honger en dorst voelen toenemen. Genoeg van haar krijgen zij beslist niet.

5) Dame Wijsheid schakelt vervolgens over op het potentieel gedrag van haar genodigden. Als zij naar haar luisteren, dan zullen zij niet worden teleurgesteld. Werken zij met haar samen, dan zullen zij niet mislukken of afdwalen (WV 75) of zondigen (andere vertalingen). De grondbetekenis van het hier gebruikte Griekse werkwoord (hamartanō) is ‘het doel missen’, ‘zich vergissen’ of ‘afdwalen’. Het progressief parallellisme 22a // 22b maakt duidelijk dat positief gedrag (nl. luisteren naar de Wijsheid) succes zal bezorgen.

6) De metafoor wijnstok voor het geworteld zijn van de Wijsheid in het land en te midden van het volk Israël is een schot in de roos. JHWH heeft zijn volk Israël immers inderdaad als een wijnstok of een wijngaard voorgesteld! Als zodanig komt het veelvuldig voor bij de profeten Hosea (2:11; 10:1); Joël (1:6-7,12); Jesaja (5:7); Jeremia (2:21; 6:9; 42:10); Ezechiël (17:6) en ook in Psalm 80:9,15.

4. Eerste vaststelling over Sirachs beeldvorming van de Wijsheid

Het boek Wijsheid van Jezus Sirach staat in de Griekse Bijbel of Septuaginta (LXX). Meteen bij de aanvang (1:1-10) stelt de auteur dat de Wijsheid door de Heer (d.i. JHWH) vóór alle dingen is geschapen. Zij komt dus van hem, is bij hem en hij heeft haar uitgestort over zijn hele schepping. Enkele manuscripten lezen ‘het woord van God is de bron van de Wijsheid (1:5). De gelijkenissen tussen dit tekstgedeelte en Spreuken 8 is zeer overtuigend. Over Wijsheid hebben zij gemeenschappelijke gegevens:

  • van eeuwigheid is zij bij JHWH / de Heer;
  • zij is geschapen vóór alle dingen;
  • JHWH / de Schepper van alle dingen heeft haar geschapen;
  • ook is zij aanwezig bij de mensen.

In hoofdstuk 24 dat een hoogtepunt van zijn uiteenzetting vormt, presenteert de dichter-verteller een lofzang, die de gepersonifieerde Wijsheid aan zichzelf wijdt. Zij heeft het over haar oorsprong, bestemming en werking (24:3-22). Met twaalf vergelijkingen over zeven indrukwekkende bomen, zeven geurige kruiden en een vruchtbare wijnstok illustreert zij haar rol in het land en op de plaats, die God haar heeft toegewezen (nl. Israël en Jeruzalem). Dáár vervult zij haar dienende rol voor het geëerde volk Israël. Alle bereidwilligen roept Wijsheid op om haar te aanvaarden als gastvrouw om (metaforisch) van haar te eten en te drinken én als leerkracht haar te gehoorzamen en met haar samen te werken. Alle door haar gebruikte beelden lijken hen te willen overtuigen van haar standvastigheid en betrouwbaarheid (12-22).

Wordt vervolgd – deel 15: Het Woord als echo van de Wijsheid 2b